Welkom op de webpagina van de wijsgeer en pedagoog/psycholoog
Dr. Etienne L.G.E. Kuypers
Lezingen zijn te boeken via:
Klik hier om doorverwezen te worden naar de profielpagina van Kuypers bij de Speakers Academy:
http://www.speakersacademy.nl/speakers/nl/110/details/1736/dr_Etienne_Kuypers
MOOTZ My News Cloud
Het monopolie op opinie dat tot nu toe het exclusieve domein van
de traditionele media was, lijkt te worden afgebroken. Op initiatief
van onder anderen oud NOS coryfee Charles Groenhuijsen is oktober 2011 een Opiniewebsite gelanceerd onder de naam Mootz.com.
Mootz is een onafhankelijke website die het nieuws op de voet volgt en
van opinie voorziet. Een platform waarop enkele van naam en faam bekende
opinieleiders deelnemen aan het maatschappelijk debat.
Etienne Kuypers is een van de opinieleiders.
www.mootz.com
Biografie Last updated page: 20/I/2012
PUBLIKATIE In nummer XXIII van het meer dan 250 pagina's tellende tijdschrift Acta Comparanda, verschijnt komende zomer een omvangrijk artikel van Etienne Kuypers: Beknopte fenomenologie van het creatief intellect - De utopische verbeeldingskracht in neurofilosofisch perspectief. PUBLIKATIE In het eerste nummer 2012 van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, wordt binnenkort onder de terugkerende overkoepelende titel Oefeningen een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Mijn auteurschap.
"Kuypers: ONDERWIJS IS ZIEK." (Dagblad De Limburger, 8 januari 2010) "Kuypers: SCHOLEN VERWAARLOZEN HUN VORMENDE TAAK." (Kader Primair, januari 2010) "Dit boek getuigt van een rijk inzicht
in de mogelijkheden en de ontwikkeling van de mens als redelijk maar ook
emotioneel individu. De auteur beschikt over een enorm arsenaal aan literatuur
die hij stelselmatig heeft doorploegd en die hij organisch weet in te passen
in de eigen denk- en schrijfwereld." (http://home.scarlet.be/wol-deckers/recensies, 20 mei 2010)
Gedurende het lezen van de meer dan achthonderd
bladzijden ontplooit zich zowel diepgang als breedheid, rationeel en gevoelsmatig.
In het verlengde van Nietzsche is Kuypers ongenadig voor de bestaande onderwijscultuur. In het hoofdstuk ‘sfeer’ relativeert hij zijn boek door de aandacht op zichzelf te richten. Deze biografische gegevens voegen een dimensie aan de essays toe, door hun oorsprong en dus hun relatieve geldigheid te openbaren.
Met nog steeds de lezer voor zich poogt Kuypers de afstand met die lezer te verkleinen door nog meer van zichzelf prijs te geven. Het is alsof hij zegt zie dat ben ik en dat zijn mijn ideeën, die ik in het midden gooi. "Een indrukwekkend boek. Een absolute must. Etienne Kuypers heeft heel wat te bieden aan de practici."
"Zijn leerrijke, hartverscheurende aanklacht is een filosofisch proces verbaal. Bij het lezen bevallen de soepel gelegde verbanden en informeel getinte notities. Het is filosofie live."
"Een bijzonder rijk en erudiet boek, dat heel wat confronterende inzichten bevat."
"Het maatschappijbeeld is in dit boek zeer genuanceerd en staat bol van erudiete gezichtspunten." "Vooral de uiteenzetting over Kierkegaard is bijzonder waardevol." "Rake kritieken op hedendaagse ontwikkelingen in onderwijs, media, Kerk, kunst en politiek worden inzichtelijk gemaakt."
"Kuypers' denken is een spons dat de meest uiteenlopende ideeën opneemt, ze een plaats verschaft en omvormt tot een eigen genuanceerd totaalbeeld." "Mijn kritiek op het 'Verscheurd paradijs' van Etienne Kuypers is geconstitueerd vanuit haar opponent, maar wenst de hoogstaande kwaliteit van zijn vertoog niet aan te tasten."
"Dit is geen nieuwe visie, maar Kuypers kan ze dankzij de bespreking van een aantal centrale figuren en getuigen minitieus analyseren." "Het blijft een uiterst boeiend en erudiet boek."
| Momenteel werkt Kuypers aan een nieuw boek. Het is een waargebeurde, fictieve autobiografie. Niets is gelogen, alles is verzonnen. Publikatie wordt verwacht in de loop van 2013 bij Uitgeverij Garant (Antwerpen/Apeldoorn). Garant-Uitgevers Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900 Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625 Wachten op God? Kritiek van de utopische verbeeldingskracht (827 p.) ISBN 978-90-441-2395-1
Bestellen:
Garant-Uitgevers Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900 Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625 Presentatie 29 januari 2010 Uitgeverij Garant (Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen)
Programma
11.15 u: Muzikaal intermezzo
pianist Miles Kuypers
* W.A. Mozart (1756-91); Sonate, KV 570
11.25 u: Prof. dr. Lennart Vriens (hoogleraar Vredespedagogiek Universiteit Utrecht) spreekt over het oeuvre van de auteur en over de wijsgerige en pedagogische relevantie van het boek
11.45 u: Muzikaal intermezzo pianist Miles Kuypers
* F. Mendelssohn (1808-47); Rondo Capriccioso, Op. 14 11.50 u: Dhr. Wiel Botterweck (consultant onderwijs en zorg Algemene Vereniging Schoolleiders) spreekt over de relevantie van het boek met betrekking tot opvoeding en onderwijs 12.10 u: Muzikaal intermezzo
pianist Miles Kuypers
* E. Granados (1867-1916); Danse Espagnole 5, Op. 37
12.15 u: Vragen, discussie
12.25 u: Muzikaal intermezzo
pianist Miles Kuypers
* F. Chopin (1810-1849); Fantaisie-Impromtu IV, Op. 66.
13.15 u: Einde
De laatmoderne tijd wordt geteisterd door een ecologische crisis, een voedselcrisis, een economische crisis, een financiële crisis en een crisis rond de multiculturele samenleving. Zouden deze crises louter symptomen zijn van een fundamentelere crisis? Het westerse paradijs lijkt verscheurd te zijn door een mentaliteitsstoornis, die een crisis van de humaniteit is en daarmee in essentie de religieuze aard van de malaise ontvouwt. Deze diepere crisis zet de toekomst van de mens op het spel en manifesteert zich als zingevingscrisis: verheerlijking van de rationaliteit en uitdoving van de utopische verbeeldingskracht, vervlakking van waarheden, normen en waarden, uitholling van esthetische sensibiliteit, erosie van opvoeding en onderwijs, etc.
Uiteindelijk is de geschetste situatie te herleiden tot de utopische vraag: moeten we op God wachten, of zelf zoeken naar existentiële perspectieven?
Temidden van een stortvloed aan oppervlakkig opiniërende artikelen in dagbladen en tijdschriften, entertainende opinieprogramma’s op televisie en gezellig keuvelende politici, biedt dit boek niet alleen een scherpe diagnose van de hedendaagse cultuurcrisis, maar presenteert de auteur vanuit een humanistisch-religieus perspectief tevens therapeutische perspectieven die stof voor een hoopvolle bezinning kunnen opleveren.
Deze gesitueerde ethiek van de geseculariseerde religiositeit is in wezen een sociale ethiek van de gemoedsrust die uiteindelijk in het licht staat van een pragmatisch verantwoordelijkheidsprincipe. Het multidisciplinair concept omvat bovendien een pleidooi voor een meer naturalistische benadering in de geesteswetenschappen.
Gedetailleerde informatie over het boek is te vinden op: 'Verschenen'. Bestellen:
Garant-Uitgevers Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900 Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625 REACTIES IN DE PERS Reeds voor verschijnen maakte dit boek nogal wat los in de media. "Etienne Kuypers, filosoof, pedagoog en psycholoog, heeft zijn magnum opus geschreven: Wachten op God? Kern van zijn pleidooi: het vormingsideaal moet terug in het onderwijs. Prikken als een horzel, de knuppel in het hoenderhok gooien. Dat is zijn taak, vindt hij. Er staan te veel kneusjes in het onderwijs. Tussen de crisis in de cultuur en die in het onderwijs bestaat een link. Het is een complexe wisselwerking. Het onderwijs is verworden tot pure kennisoverdracht. Van vorming van mensen, vorming van persoonlijkheid is geen sprake meer. Bildung is passé. En dat komt vooral door een gebrek aan kwalitatief goede leerkrachten. Hij kan zich mateloos ergeren aan de hypocrisie in het onderwijs. Naar buiten toe de schijn ophouden dat de kwaliteit van de onderwijzers goed is. Maar achter de hand geeft menige schoolleider toe dat het bepaald niet zo is. En dan de overheid. Wat schreef staatssecretaris Dijksma (PvdA), verantwoordelijk voor het basisonderwijs, recentelijk? Doel van het onderwijs is kinderen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Het is een puur mechanistische benadering. Wat de maatschappij produceert zijn courante mensen, inwisselbaar. Het is de filosofie van Louis van Gaal: elf spelers op het veld, op de bank moeten elf gelijkwaardige spelers zitten. Valt Jantje weg, komt Pietje. Niemand merkt het. Er is sprake van een zingevingscrisis. Reflectie is niet meer gevraagd in een wereld die bol staat van entertainende opinies en massa-amusement. Nee, hij is niet zozeer op zoek naar een godsbeeld. Wij armzalige mensen zijn te klein om een beeld van God te dragen. Onze moderne samenleving verheerlijkt rationaliteit. Utopische verbeeldingskracht is niet meer gevraagd. Dat zou anders moeten. Weg van het puur cognitieve, van louter kennisoverdracht. Meer aandacht voor (creatieve) vorming en ontwikkeling van verantwoordelijkheidsbesef. Goed onderwijs, hij wordt het maar niet moe te zeggen, is o zo belangrijk. Dostojevsky schreef: 'Zolang één kind lijdt, lijdt de hele mensheid'. Er is dus nog een hoop werk te verrichten." (Caspar Cillekens, in: Dagblad De Limburger, 8 januari 2010) "Leerkrachten hebben een beter beeld van hun leerlingen dan een eindtoets ooit kan opleveren. Bovendien, zo stelt wijsgeer en pedagoog Etienne Kuypers, moeten scholen veel meer rekening houden met de hersenontwikkeling van leerlingen. Maar die eindeloos lange puberteit is volgens hem een uitvinding van volwassenen, die weigeren op te groeien. Etienne Kuypers schuwt de controverse niet. Hij doet stellige uitspraken over het onderwijs en het onderwijspersoneel. Hij hoopt daarmee publiekelijk een gesprek op gang te krijgen over de inrichting van het onderwijs in Nederland. Zo worden scholen volgens Kuypers beheerst door mensen 'met vastgeroeste gewoonten', die zich eerder gedragen als manager dan als leerkracht. Bovendien zijn de verantwoordelijke bewindslieden op het Ministerie van Onderwijs vrijwel altijd intellectuele kneusjes. Kuypers wordt naar eigen zeggen overspoeld door reacties van wanhopige ouders die zijn vastgelopen met hun kind. Wanneer hij ergens spreekt, krijgt hij bijval van onderwijsmensen. Maar wel besmuikt. "En public durft niemand uit de hoek te komen, maar bij de koffie hoor ik dan: 'Eigenlijk hebt u gelijk'." Ondertussen is het onderwijs vervreemd van de kinderlijke leefwereld. in het curriculum zou volgens Kuypers meer rekening gehouden moeten worden met breinontwikkeling. En niet, zodra het moeilijk wordt, iemand de hulpverlening in sturen waar hij of zij meteen een etiket krijgt. Onderwerpen als dood of geboorte moeten aan de hand van het overlijden van een opa of een geboorte van een zusje meer ruimte krijgen. Daar wordt te weinig tijd voor uitgetrokken, want de stof van deze week moet erdoor worden gejast. Kinderen worden volgens Kuypers enerzijds geïnfantiliseerd, maar anderzijds cognitief overvraagd. De oplossing zou schuilen in onderwijs dat rekening houdt met ieders niveau en tempo. Het hele vormingsidee staat op de helling. er wordt uitgegaan van een puur mechanistisch mensbeeld, alsof kinderen robots zijn. Staatssecretaris Dijksma schreef onlangs aan de Tweede Kamer: "Het onderwijs dient erop gericht te zijn jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt." Alsof onderwijs alleen tot doel heeft te zorgen dat iedereen aan het werk is. Op school staat de stof centraal, niet het kind. Het lesprogramma is per week uitgespeld. Kinderen worden behandeld als automaten, terwijl ze juist moeten worden gevormd tot mensen die gezond in het leven staan. De vormende taak van het onderwijs is primair. De meeste leerkrachten komen uit een middenklasmilieu. Ze kunnen niet-doorsnee kinderen niet goed plaatsen. De oorzaak ligt in de kwaliteit van de leerkracht. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat juist de kwaliteit van de individuele leerkracht doorslaggevend is voor de resultaten van leerlingen. De toneel- en kunstacademies en conservtoria kom je moeilijk binnen, maar voor de pabo is havo genoeg. Aan de lerarenopleidingen moeten we net zulke hoge eisen stellen. je mag de kwantiteit niet dichten door de kwaliteit te verlagen. Deze mensen laat je wel op onze kinderen los." (Marijke Nijboer, in: Kader Primair, jrg. 15, nr. 5, januari 2010) REDELIJKHEID EN UTOPISCHE VERBEELDINGSKRACHT
RECENSIE VAN: Etienne Kuypers, Wachten op God? Kritiek van de utopische verbeeldingskracht, Garant, 2010, 827 blz. In onze laatmoderne tijd is zoeken naar zin een sterke uitdaging. Onze huidige samenleving is getekend door crisis. De toekomst van de mensheid staat op het spel. Er is dringend nood aan een nieuw paradigma dat ons in staat stelt nieuwe krachtlijnen te ontwikkelen naar menswaardige overlevingskansen. Etienne Kuypers, filosoof, theoloog en pedagoog, gaat in dit boek op zoek naar mogelijke antwoorden op de talloze zinvragen die vandaag gesteld worden. In een eerste sectie brengt hij een scherpe diagnose van de westerse cultuurcrisis waarin de mens herleid wordt tot een ‘man zonder eigenschappen’ (Robert Musil) die leert leven vanuit de contingentie midden een zingevingscrisis. Voor Kuypers liggen de therapeutische alternatieven in het herstel van de oorspronkelijke dimensies van humanisme en Verlichting: de utopische verbeeldingskracht, het creatief intellect en de kritische redelijkheid. Zo komt er ruimte voor een existentiële identiteit als zorg voor zichzelf binnen de concrete sociale contexten. Een tweede sectie handelt over ethiek en godsdienst. Kuypers opteert hier radicaal voor een levenskunst die de basis vormt voor een gemeenschappelijke ethiek in een pluralistische leefwereld. Verder denkend dan Kierkegaard en zijn leermeester Schillebeeckx ontwikkelt hij de lijnen voor een geseculariseerde religiositeit. Hierin staan vooral een luisterend denken en het verlangen naar gemoedsrust centraal. Dan kunnen religie en cultuur elkaar wederzijds bevruchten. De laatste sectie gaat specifiek over opvoeding en onderwijs. Kuypers is erg kritisch voor het huidig onderwijs, zowel in Nederland als Vlaanderen. Het is volgens hem te betuttelend en vervlakkend. Onderwijs zou meer moeten uitgaan van de vormingsideeën van Nietzsche die de nadruk leggen op de individualiteit en de waarde van de traditie. Daarin ligt de basis voor zelfonderzoek en voor het verkrijgen van inzicht in het ware, het goede en het schone. De esthetiek (als lichamelijke gevoeligheid) dient de basis te zijn van elke ethiek. Essentieel is daarom het dialogisch karakter van elke vorming waarin leerlingen en leraars elkaar erkennen als gesprekspartners. Alleen dan kunnen mensen leren wat verantwoordelijkheid is. Zou dit het leven schoonheid verlenen? Of moeten we wachten op God? Zingeving is een eindeloos proces. Laten we dit een zekerheid noemen, zegt Kuypers. Dit boek getuigt van een rijk inzicht
in de mogelijkheden en de ontwikkeling van de mens als redelijk maar ook
emotioneel individu. De auteur beschikt over een enorm arsenaal aan literatuur
die hij stelselmatig heeft doorploegd en die hij organisch weet in te passen
in de eigen denk- en schrijfwereld. Dat geldt ook voor de poëtische teksten
van Pessoa, Schiller, Pavese, Claus, Rilke, Wagner, e.a. Het boek zou je
kunnen zien als een magnum opus, waarin de auteur zijn brede kijk op mens en
samenleving die al in talrijke publicaties werd uiteengezet in een
samenhangend en dynamisch perspectief plaatst. Je moet wel echt tijd nemen om
het te lezen, niet alleen omwille van de omvang, maar vooral om het
geleidelijk peilen naar zin en waarde (waarheid?) in onze pluriforme
maatschappij. (Willy Deckers, http://home.scarlet.be/wol-deckers/recensies, 20 mei 2010) De kritiek op Etienne Kuypers als zou hij een persoonlijke levenshouding als dè levensbeschouwing voorstellen, wordt al meeteen gecounterd door zijn stelling dat elke levensbeschouwing wortelt in de persoonlijke levenssfeer. Deze explicitering betekent echter geen vernauwing van het intellectuele veld. Integendeel, door de openheid en de brede belangstelling van de auteur, door de rijke nuanceringen en de aandacht voor alternatieven, ontplooit zich gedurende het lezen van de meer dan achthonderd bladzijden zowel diepgang als breedheid, rationeel en gevoelsmatig.
Maar in die verscheidenheid schuilt het gevaar dat contradicties opduiken. Globaal beschouwd echter, tekent zich een engagement af dat als een gouden draad doorheen het boek aanwezig blijft. Dus toch een persoonlijke levenshouding? Inderdaad, maar is niet elke zinnige voorstelling ook altijd het gevolg van een keuze? Het minste dat je van de geschriften van Kuypers kan zeggen is dat ze geen neutrale en grijze zone afbakenen, integendeel, ze verwoorden vaak striemende aanklachten van misstanden. Hoezeer de verbondenheid met de maatschappij ook spreekt uit de teksten, toch speelt op de achtergrond een fundamentele houding die zeer diep gaat, maar anderzijds niet los staat van dat maatschappelijk engagement. Deze houding komt vooreerst al tot uiting in de titel van het boek en in de cover. ‘Wachten op God’ appelleert aan het toneelstuk van de Ierse schrijver Samuel Beckett, ‘Wachten op Godot’, waarin de bizarre conversatie tussen de twee hoofdpersonages, Vladimir en Estragon, staat voor het hopeloos zoeken naar zingeving. Godot komt niet, maar wachten op Godot vult wel de tijd, gesymboliseerd door het enige herkenningspunt, een boom. De cover van het boek toont overigens een eenzame, bladerloze boom.
Zoals ‘Wachten op Godot’ de existentie suggereert, zo ook, is ‘Wachten op God’ existentieel, met als mediator Kierkegaard. De auteur heeft zich reeds jaren ontpopt als een oorspronkelijk kenner van deze Deense filosoof, die als de vader van het existentialisme geboekstaafd staat. Kierkegaard is dan ook prominent aanwezig van de eerste tot de laatste bladzijde, gaande van het leven van de man, zijn dialoog met tijdgenoten en de cruciale momenten in zijn denken, over controversen daarover, de diagnose van de westerse cultuurcrisis waar Kuypers op aansluit, de religiositeit van de existentiële identiteit, naar de dodende impact van de institutionalisering der religie.
Kuypers, die onder meer theologie studeerde, is blijkbaar veel verschuldigd aan wijlen prof. mag. dr. E. Schillebeeckx. De bewondering voor zijn leermeester en vriend ligt een beetje in de lijn van Kierkegaards afkeer van de geïnstutionaliseerde religie. Hoewel Schillebeeckx in wezen geen rebel was, maar enkel het christelijke geloof in overeenstemming met de hedendaagse wereld wenste te interpreteren, kwam hij toch in botsing met de gevestigde macht. Het nadenken vanuit een gelovige (of niet-gelovige) traditie schrijft zich hier in een levenscontext in. Dat maakt dat het spreken over God, een transcendent begrip, gebonden blijft aan de menselijke mogelijkheden. Het probleem van het kwaad in de wereld benadert Schillebeeckx met het concept van Gods ‘weerloze overmacht’, dat zich uit in ‘Gods weigering met zijn macht het kwaad uit de werkelijkheid te verdrijven’ (p. 366). Maar, hoe je het ook draait of keert, het blijft echter een aantasting van de zo geprezen oneindige volmaaktheid van God en het blijft botsen met wat Etienne Vermeersch de contradictie tussen oneindige goedheid en de onmacht om het kwade niet toe te laten. De gelovige Schillebeeckx echter komt niet verder dan de erkenning van zijn onmacht het onschuldige lijden te plaatsen. Positief is dan weer dat Schillebeeckx, en ook Kuypers, de ethiek grond laten vinden in de mens. Voor de gelovige biedt God dan de ‘extra levenskracht’ (p. 376), maar de opdracht tot verbetering van het menselijk lot, of beter, het zich niet kunnen verzoenen met het kwaad in de wereld blijft algemeen menselijk. Kuypers citeert Schillebeeckx: “We hebben God niet nodig als onmiddellijke fundering voor ons ethisch handelen. In een autonome fundering van de moraal gaat het om de menswaarde van een ieder” (p. 382). De atheïst of agnosticus hebben dus evenveel recht om zich als moreel bewuste mensen te profileren. Overigens, de mens is niet een moreel wezen omdat godsdienst bestaat, maar de godsdienst heeft een moreel facet omdat het mensenwerk is. Om diezelfde reden is godsdienst vaak immoreel en in fundamentalistische versie zelfs gevaarlijk. Dat strookt echter niet volledig met wat Kuypers en Schillebeeckx beweren. Bij hen blijft een seculiere moraal een eindeloze verwijzing, zonder aan een noodzakelijke eindterm te zijn gebonden (p. 386). Hun standpunt gaat uit van een scheiding tussen feit en waardering, terwijl zij zelf aangeven dat moraliteit te maken heeft met het feit van het kwaad in de wereld. Is dat kwaad, aangevuld met rationaliteit, dan niet voldoende als eindterm? Door ethiek integraal tot het transcendente te promoveren is aan het transcendente een te brede betekenis gegeven. Dat geldt overigens ook voor het gehanteerde begrip religiositeit. Het gaat uiteraard om definities, maar ook definities hebben een implicatie, doordat zij discriminaties in de kennis aanbrengen die een handicap kunnen betekenen in de ontplooiing van een redenering. Het toewijzen van de ethiek tot het transcendente is daar een voorbeeld van. De beoefening van de ethiek lijdt dan aan dezelfde beperkingen die aan het transcendente worden opgelegd. De ethiek kan dan niet langer als wetenschappelijke worden aangepakt.
Een naam die op het eerste gezicht
misschien niet in het rijtje van voor Kuypers inspirerende figuren thuis hoort
is Wittgenstein. Hij krijgt er echter wel degelijk en terecht een plaats, met
name vooral wegens zijn taalfilosofie, waarmee Kuypers gedurende zijn studies
mee in contact kwam. Het is niet onbelangrijk te vermelden dat Wittgenstein
zelf door Kierkegaard is beïnvloed en dat er heel wat misverstanden bestaan
over de betekenis van Wittgensteins werk. Hoe dan ook deze keuze voor
Wittgenstein getuigt van de reeds aangehaalde breedheid van Kuypers denken. Die
breedheid is tegelijk een verdieping door de aandacht te vestigen op de
dialectiek tussen taal en diverse belevingswerelden, en kennis te zien als een
sociaal fenomeen. Kuypers weet dat inzicht te linken aan de fenomenologie
(Wittgenstein had dat overigens zelf reeds gedaan.) en hij ontdekt tevens
verwantschap met Kierkegaard. Herhaaldelijk steekt Wittgenstein de kop op in Kuypers teksten, zoals bij het verhelderen van één van Kuypers centrale begrippen, de utopische verbeeldingskracht. Hij verwijst daarbij naar het doorbreken van menselijke eindigheid dank zij de muziek, waardoor het onuitsprekelijke uitspreekbaar wordt, maar niet in de zin van het zeggen ervan, want dan blijft het onzin. De muziek van Van Beethoven reveleert op die wijze werkelijkheid. Een opvatting die Kuypers met Wittgenstein deelt en dat overigens wijd verbreid is, behelst de status van het ethische. Het esthetische, ethische en religieuze worden gereserveerd voor het transcendente, terwijl over kennis in vastomlijnde taal wordt gesproken (p. 657). Met andere woorden, om bij het ethische te blijven, over het normatieve zouden geen aan kennis gerelateerde uitspraken kunnen gedaan worden, of ethiek kan nooit wetenschappelijk zijn. Dat gaat er aan voorbij dat wetenschap niet uitsluitend feiten beschrijft, maar dat wetenschappelijke uitspraken ook met geldigheid te maken hebben. Het is bijvoorbeeld niet onwetenschappelijk te beweren dat martelen en mensen pijnigen en vernederen als onaangenaam worden ervaren en daarom te veroordelen zijn. Dat is een normatieve uitspraak steunend op feiten. Het is dus fout wat George Edward Moore en Charles Stevenson dienaangaande beweerden (Zie voor een uitgebreider argumentatie: Vanmassenhove, 2011: 187-282). Dat sluit aan bij de reeds geuite kritiek op Schillebeeckx’ bewering dat een seculiere ethiek niet naar een eindterm kan verwijzen.
Naast Kierkegaard, Schillebeeckx en Wittgentstein is ook Nietzsche, over wie Kuypers reeds publiceerde, prominent aanwezig in zijn tekst. Er is zelfs een volledig hoofdstuk aan diens vormingsideeën gewijd, in het kader van de behandeling van opvoeding en onderwijs. Kuypers voelt zich des te intenser aangesproken door Nietzsches ideeën omdat ook hij negatieve reacties mocht incasseren in zijn maatschappelijk geëngageerde strijd tegen de verloedering van het onderwijs (p. 634). Nietzsche had het over de vervlakking van het onderwijs, de focus op het nut ervan in plaats van oog te hebben voor onderwijs als culturele vorming. Er zijn scholen die beschaving bijbrengen en scholen die op het beroepsleven voorbereiden (p. 636). De laatste dienen op de praktijk te worden georiënteerd, maar het beschavingselement mag daarin niet verwaarloosd worden.
Niet onbelangrijk is dat Nietzsche aanbeveelt om tot het vijftiende levensjaar ieder kind hetzelfde onderwijs te laten volgen, terwijl recent Vlaams onderzoek (P. Van Avermaet, K. Van den Branden & L. Heylen (red.), 2010) tot dezelfde conclusie is gekomen. In het verlengde van Nietzsche is Kuypers ongenadig voor de bestaande onderwijscultuur. “De dominerende toetscultuur heeft het onderwijs tot een sociaal constructivistisch instrument van de overheid gemaakt.” (p. 638) Studenten verburgerlijken en universiteiten zijn verworden tot slaafse dienaars van industrie en politiek.
Kuypers lardeert zijn geschriften
met citaten van originele denkers en dichters. De Portugese dichter Fernando
Pessoa komt vaak voor. Is het omdat Pessoa, net als Kierkegaard onder diverse
namen, die elk een eigen karakter hebben, schreef? Ook Montaigne fleurt met talrijke citaten Kuypers’ boek op. Deze vrijzinnige humanist, deze scepticus die de onzekerheden verlaat om in de eigen subjectiviteit te leven, vergenoegd zich met de concrete leefwereld. Alles is immers toeval en contingentie. Grote systemen zijn niet aan hem besteed en op het einde van zijn leven vindt hij voldoening in het epicurisme. Kuypers heeft kennelijk waardering voor deze schrijver die zijn hart en gedachten open stelt voor zijn lezerspubliek.
Al deze denkers en kustenaars en nog wel een rij andere, die hier niet allemaal kunnen behandeld worden, getuigen van de eruditie van Kuypers. Het boek ‘Wachten op God?’ is in feite een aaneenschakeling van essays die het eigen karakter van zijn denken als gemeenschappelijke noemer dragen. Een drietal hoofdstukken is als inleidend voorgesteld en vullen de essays aan, of beter situeren ze. In het hoofdstuk ‘sfeer’ relativeert hij zijn boek door de aandacht op zichzelf te richten. Deze biografische gegevens voegen een dimensie aan de essays toe, door hun oorsprong en dus hun relatieve geldigheid te openbaren. Dat sluit overigens mooi aan op de bewering dat alle kennis geconditioneerd wordt door een persoonlijk gesitueerd zijn. ‘Toenadering tot de lezer’ heeft dan vooral een wetenschapstheoretisch en methodologisch oogpunt. Net als de oorsprong dient ook de weg waarlangs kennis tot stand komt te worden belicht. Kuypers neemt daarbij ruim de tijd om uitgebreid, rijk gedocumenteerd en illustratief de gevolgde banen te schetsen en aangewende begrippen toe te lichten. Met nog steeds de lezer voor zich poogt Kuypers de afstand met die lezer te verkleinen door nog meer van zichzelf prijs te geven. Het is alsof hij zegt zie dat ben ik en dat zijn mijn ideeën, die ik in het midden gooi. Het resultaat van deze open confrontatie reveleert een Kuypers die over de materialiteit van de communicatie heen een ingebeeld, maar niettemin direct contact met de lezer aangaat. Het is dan ook niet te verwonderen dat hij de Epiloog als titel ‘Afscheid van de lezer’ meegeeft. De essays zijn verder in drie secties samengevoegd, namelijk ‘De laatmoderne mens’, ‘Ethiek en godsdienst’ en ‘Opvoeding en onderwijs’. In ‘De laatmoderne mens’ analyseert Kuypers de situatie van de hedendaagse mens in zijn relatie tot zijn omgeving en schetst hij een uitweg uit de westerse cultuurcrisis via de utopische verbeeldingskracht van de mens. Deze analyse mondt uit in een waarderende benadering van de werkelijkheid met als kernbegrippen humaniteit en geseculariseerde religiositeit. Het Oudgriekse streven naar gemoedsrust is daarin terug te vinden. Een scherpe aanklacht houdt ‘Opvoeding en onderwijs’ in. Kuypers is niet te spreken over de weg die in opvoeding en onderwijs in ingeslagen. De hoogstaande cultuur wordt er opgeofferd aan een overigens onnodige vervlakking.
Om te besluiten wil ik, naast de reeds vermelde wetenschappelijkheid van de ethiek, nog enkele kanttekeningen maken. Kuypers vereenzelvigd op een bepaald ogenblik de vooruitgangsidee met nazisme en communisme. Dat is niet nieuw, maar het steunt wel een eenzijdige benadering van de vooruitgangsidee, namelijk een vooruitgangsidee dat zich los van het humanisme ziet, terwijl de twee toch nauw met elkaar verbonden zijn. De marxistische ideeën die aan de grondslag liggen van het communisme, mogen dan wel de maakbaarheid vanuit een wetenschappelijk standpunt aan een bekommernis voor de onderdrukte mens linken, de morele mislukking van het communisme is te wijten aan het marxistische onvermogen om alle relevante aspecten van de werkelijkheid in rekening te brengen. Het communistische experiment heeft dan ook geleid tot een terecht pessimisme aangaande de kenbaarheid en maakbaarheid van de maatschappij als een geheel. De ontwikkelingen in de voormalige U.S.S.R. toonden hoe de mensen uiteindelijk de ideeën in praktijk brachten, namelijk door een nieuwe klassenscheiding tot stand te brengen en het verder ontwikkelen van een reeds bestaande politiestaat. Het nazisme daarentegen had niet eens de excuses van goede intenties, omdat zij haar eendracht fundeerde op xenofobie.
Kuypers schrijft dat hij op 15 oktober in Zutendaal een punt achter God heeft gezet. “A-dieu!” (p. 97) Hendrik van Massenhove
'Wachten op God?' is een uiterst boeiend en erudiet boek. Kuypers brengt heel wat kritiek op de maatschappij en je voelt aan dat hij hier zelf ten volle achter staat. Het is goed om hier kennis van te nemen en nog beter is het die kritiek ter harte te nemen en er wat aan te doen. Paul Van Aelst HVV vzw (Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, augustus 2011)
In 2007 verschenen:
Verscheurd paradijs Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur.
ISBN 978-90-441-2194-0
In dit boek komen actuele vraagstukken rond de multiculturele samenleving, economische globalisering, vervlakking van normen en waarden, teloorgang van het schoonheidsideaal, verdwenen sensibiliteit voor het mystieke en de belabberde kwaliteit van opvoeding en onderwijs uitvoerig aan de orde. Bestellen
uitgeverij@garant.be info@garant-uitgevers.nl Uit de inhoud
In Verscheurd paradijs - Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur wordt een analyse gepresenteerd van ideeën die sinds de Verlichting tot de ontwikkeling van de huidige tijdgeest hebben geleid. Dit levert een provocerende diagnose van de hedendaagse westerse cultuurcrisis op: in de westerse wereld is een situatie van onrust en vervreemding ontstaan. De nieuwe mens is de massamens. Hij kent een schrijnend gebrek aan geest en vormt een bedreiging voor het (christelijk) humanisme en de democratische idealen. Het ontbreekt de massamens aan hartstocht en visie, hij weet geen raad met de veroverde vrijheid en leeft comfortabel aan de oppervlakte. Deze situatie is uitgangspunt om therapeutische perspectieven voor de crisis te bieden. De geschiedenis heeft geleerd dat het opsluiten van mensen binnen een totaliteitsidee tot onmenselijkheid zal leiden, omdat het individu dan in naam van God of onder het mom van de Grote Idee (kapitalisme, socialisme, communisme, fascisme, de multiculturele samenleving, etc.) in het keurslijf van de beoogde uniformiteit wordt geperst. Daarom dient permanent verzet te worden aangetekend tegen alle vormen van monisme. Er bestaan namelijk geen absolute universele inzichten, noch heeft het verlammende relativistische discours enige zin. Een multiculturele samenleving is dan ook tot mislukken gedoemd, de werkelijkheid kan echter worden gehumaniseerd door binnen de pluriformiteit van de multi-etnische samenleving een gemeenschappelijke code (grondconsensus) te realiseren - hoewel vele ideeën onverenigbaar met elkaar zijn. Sinds de Grieken wordt het geluksstreven als motor voor individueel handelen beschouwd. Invoeging binnen de markteconomie en bevrediging van materiële behoeften zijn echter niet de enige vormen van levensvervulling. Heimwee naar het paradijs (als dat ooit bestaan zou hebben...) en hoop op bevrijding van de verscheurdheid vereist daarom heroriëntatie van het creatief intellect. Een esthetische revitalisering is van belang, zodat ons denken op zinloosheid en verscheurdheid zal stuiten en ons luisteren vervolgens erop gericht kan zijn om het paradijs als eiland van persoonlijke gemoedsrust te realiseren. Zo kan plaats worden ingeruimd voor het menselijke wilsprincipe, waarin individuele rust wordt nagestreefd als uitgangspunt voor een harmonieuze samenleving. In opvoeding en onderwijs zal dan ook moeten worden geleerd om de liefde als concrete verbondenheid met de ander te beschouwen. Binnen het pluralisme aan ideeën en levensvormen kan zo een gemeenschappelijke code (grondconsensus) op maatschappelijk niveau worden gevestigd: de geseculariseerde religiositeit van verantwoordelijk handelen. Wat hebben we immers eraan de rest te begrijpen, als we de liefde niet hebben begrepen?
Reacties in de persGezien de aan de orde gestelde vraagstukken rond thema's als de multiculturele samenleving, economische globalisering, vervlakking van normen en waarden, teloorgang van het schoonheidsideaal, verdwenen sensibiliteit voor het mystieke en de belabberde kwaliteit van opvoeding en onderwijs, kwam het boek uitvoerig aan bod in de media. Hier volgt een losse greep uit enkele recensies van het boek en enkele interviews met de auteur. "Etienne Kuypers is geen man die enkel een diagnose stelt en zich dan terugtrekt. Hij stelt zich dienstbaar op en ziet het als plicht om ook therapeutische alternatieven aan te dragen" (Ludo Diels, in: Chapeau Magazine, jrg. 10, nr. 4, augustus/september 2006). "'Verscheurd paradijs' met name in zorg en onderwijs zichtbaar" (Rob Christiaans, in: De Maaspost, 31 januari 2007). "De weg naar het goede loopt via het schone. Een platte consumptiemaatschappij, waarin de geestelijke leegte groot is. Filosoof Etienne Kuypers stelt in zijn nieuwste boek Verscheurd paradijs een weinig opwekkende diagnose van de huidige samenleving. Maar hij ziet uitwegen: meer aandacht voor kunstbeleving, religiositeit en verstilling" (Paul van der Steen, in: Dagblad De Limburger, 1 februari 2007). "Naar een seculier-religieuze pedagogiek? Die indruk doe ik op na lezing van het indrukwekkende boek van Etienne Kuypers: Verscheurd paradijs - Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur. In welk cultureel klimaat leven wij vandaag? De auteur geeft daarop een duidelijk antwoord. Etienne Kuypers begint met wat hij 'sfeer' noemt: het dramatische verhaal van de lotgevallen van een kind op de basisschool en hij besluit: "Het maatschappelijk mechaniseringsproces heeft de individualiteit vertrapt". En het gaat precies over deze doorleefde individualiteit in dit boek. Het is niet doenbaar in een kort bestek dit rijke boek in al zijn nuances te willen bespreken. Kuypers' pedagogische einddoel lijkt een seculiere religiositeit te zijn met het Zelf als hoogste doel. Grote filosofen uit de Europese cultuurgeschiedenis komen tot hun recht. Kortom, een absolute must. Etienne Kuypers heeft heel wat te bieden aan de practici" (Valeer Van Achter, in: Paideia, 23, DIROO, mei 2007). "Etienne Kuypers boekt succes met 'Verscheurd paradijs' Wie ooit zijn kind gemangeld zag in het hedendaagse onderwijs, moet Etienne Kuypers lezen. Zijn leerrijke, hartverscheurende aanklacht is een filosofisch proces verbaal dat als sfeerschets de intro van het boek Verscheurd paradijs siert. Bij het lezen van het boek bevallen de soepel gelegde verbanden incluis informeel getinte notities. En in het bijzonder de verwijzing naar hoog gewaardeerde schrijvers. Het is filosofie live waar het dorre drama van de omgevallen boekenkast is voorkomen. Het is opmerkelijk dat een filosofisch boek opvalt en levendige discussie uitlokt" (Jos Stijfs, in: Chapeau Magazine, jrg. 11, nr. 3, juni/juli 2007). "In deze persoonlijke studie stelt filosoof Etienne Kuypers dat de westerse cultuur compleet ontworteld is geraakt. Centraal object van kritiek is het monisme, waarbij het individu in dienst staat van een toekomstig doel. In een ideeënhistorisch deel bestudeert Kuypers de concepten 'vooruitgang' en 'geluk', die volgens de auteur ondergraven worden door een pervertering van individualisme, instrumentele rationaliteit en politiek atomisme. Het vooruitgangsideaal heeft ons ook opgezadeld met een onmogelijk streven om de zinloosheid van het bestaan te overwinnen. Via een esthetische revitalisering wil Kuypers de mens weer 'heel' maken, hij gaat hierbij onder andere dieper in op de therapeutische werking van muziek. Tenslotte heeft hij het over de universele standaard van menselijke waardigheid om culturen moreel te beoordelen. Een bijzonder rijk en erudiet boek, dat heel wat confronterende inzichten bevat. De voetnoten en de uitgebreide bibliografie maken het werk compleet" (NBD/Biblion, juni 2007).
WAT hebben we immers eraan het OVERIGE te begrijpen, als we de LIEFDE niet hebben BEGREPEN? Bestellen
| |||||
Alle rechten voorbehouden.
Foto EK: Johannes Timmermans
Foto Raquel Welch:
Foto's boekpresentatie: Jürgen Hennissen
Foto Miles Kuypers: Ardito Theaterfotografie
Foto EK: Harrie Heuts.
Omslagontwerp VP en WOG?: Koloriet.

















