Welkom
op de webpagina van

Dr. Etienne L.G.E. Kuypers

Filosoof






Biografie

Bibliografie
Diversen
Nieuws
Verschenen
Contact

 

Last updated page: 8/VII/2016


PRESENTATIES


Leren luisteren is leren denken


Boekhandel Corman (Witte Nonnenstraat 38, 8400 Oostende) nodigt u van harte uit voor de presentatie rondom het recent verschenen boek De pensato - Het gehoorde onhoorbare bij:

't Leeshuus, Groentemarkt 3, 8400 Oostende.


Vrijdag 9 september
20.00u.



Poulissen Audio Video Center (Schoenmakersstraat 19, 6041 EX Roermond)
nodigt u van harte uit voor de presentatie rondom het recent verschenen boek De pensato - Het gehoorde onhoorbare

vrijdag 16 september
19.30u.



Beide presentaties hebben hetzelfde programma.
Voordracht van de auteur, videoboodschap van prof. dr. Ton Beekman (Universiteit Utrecht/Michigan State University) en met muziekfragmenten die door de auteur worden toegelicht.



Leren luisteren is leren denken

 De taak van de 'nieuwe criticus'

ISBN
9789082561203

143 pagina's







Leren luisteren is leren denken

De taak van de 'nieuwe criticus'



 

We zijn ondergedompeld in een door de markteconomie en de technologie gedomineerde cultuurcrisis en lijken geen hulp te mogen verwachten van scherpe, maar hoopvolle cultuurcritici. Sinds de Oude Grieken is kritiek een emancipatorisch en een sociaal fenomeen. Maar hebben critici vandaag de dag nog een taak in een wereld waarin we zelf kunnen bepalen wat goed of slecht is en wat we mooi of lelijk vinden?

 

In een open samenleving wordt zoveel mogelijk kritiek gegenereerd en worden zoveel mogelijk waarheden betwijfeld om tot verandering en verbetering te kunnen komen. De ‘nieuwe criticus’ is daarom primair een publieke intellectueel en heeft als taak zich te mengen in debatten van zijn eigen tijd.

 

Wellicht hebben we een esthetische revolutie nodig en zou muziek een onmisbare cultuurfactor kunnen zijn om tot de bezinningsvorm van een luisterend denken te komen waarmee we onszelf kunnen terugvinden?





ISBN
9789082561203

Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel en rechtstreeks bij de uitgever.


Uitgeverij Climacus
Louisastraat 3, Bus OA
8400 Oostende

Tel.: +32 (0)496 178472





Lezingen zijn te boeken via:




Klik hier om doorverwezen te worden naar de profielpagina van Kuypers bij de Speakers Academy:

http://www.speakersacademy.nl/speakers/etienne-kuypers









 

 













 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


























































































































































































































































































































































































"In een wervelend tempo en in een gedreven taal, waarbij hij het niet schuwt zijn brede belezenheid te etaleren, geeft de auteur een indringende beschrijving van de westerse cultuurcrisis."

(Tijdschrift voor Filosofie, jrg. 74, nr. 4, 2012)





























































"Kuypers: ONDERWIJS IS ZIEK."

(Dagblad De Limburger, 8 januari 2010)












































"Kuypers: SCHOLEN VERWAARLOZEN HUN VORMENDE TAAK."

(Kader Primair, januari 2010)




































"Dit boek getuigt van een rijk inzicht in de mogelijkheden en de ontwikkeling van de mens als redelijk maar ook emotioneel individu. De auteur beschikt over een enorm arsenaal aan literatuur die hij stelselmatig heeft doorploegd en die hij organisch weet in te passen in de eigen denk- en schrijfwereld."

(http://home.scarlet.be/wol-deckers/recensies, 20 mei 2010)






































 






 Gedurende het lezen van de meer dan achthonderd bladzijden ontplooit zich zowel diepgang als breedheid, rationeel en gevoelsmatig.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 















In het verlengde van Nietzsche is Kuypers ongenadig voor de bestaande onderwijscultuur.





























In het hoofdstuk ‘sfeer’ relativeert hij zijn boek door de aandacht op zichzelf te richten. Deze biografische gegevens voegen een dimensie aan de essays toe, door hun oorsprong en dus hun relatieve geldigheid te openbaren.




 



























Met nog steeds de lezer voor zich poogt Kuypers de afstand met die lezer te verkleinen door nog meer van zichzelf prijs te geven. Het is alsof hij zegt zie dat ben ik en dat zijn mijn ideeën, die ik in het midden gooi.
























































































































































"Een indrukwekkend boek. Een absolute must. Etienne Kuypers heeft heel wat te bieden aan de practici." 

 

 

 

 

 

"Zijn leerrijke, hartverscheurende aanklacht is een filosofisch proces verbaal. Bij het lezen bevallen de soepel gelegde verbanden en informeel getinte notities. Het is filosofie live."

 

 

 

"Een bijzonder rijk en erudiet boek, dat heel wat confronterende inzichten bevat." 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Het maatschappijbeeld is in dit boek zeer genuanceerd en staat bol van erudiete gezichtspunten."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

"Vooral de uiteenzetting over Kierkegaard is bijzonder waardevol."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Rake kritieken op hedendaagse ontwikkelingen in onderwijs, media, Kerk, kunst en politiek worden inzichtelijk gemaakt."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 "Kuypers' denken is een spons dat de meest uiteenlopende ideeën opneemt, ze een plaats verschaft en omvormt tot een eigen genuanceerd totaalbeeld."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Mijn kritiek op het 'Verscheurd paradijs' van Etienne Kuypers is geconstitueerd vanuit haar opponent, maar wenst de hoogstaande kwaliteit van zijn vertoog niet aan te tasten."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Dit is geen nieuwe visie, maar Kuypers kan ze dankzij de bespreking van een aantal centrale figuren en getuigen minitieus analyseren."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"Het blijft een uiterst boeiend en erudiet boek."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 




DE PENSATO
Het gehoorde onhoorbare



ISBN
9789051799279

506 pagina's







 

De kern van dit boek is het manuscript Maskers - De crisis van het verhaal. Het zijn vier documenten van vier anonieme auteurs. Meditaties. Herinneringen. Bespiegelingen. Overdenkingen. Is het een 'levende les in de liefde'? Een verkapte uitwisseling van ideeën? Een roman in mozaïekvorm? Een vorm van therapie? Al die vrolijke wijsheid...

Telkens blijkt de weerbarstige leefwereld van onze op hol geslagen laatmoderne tijd centraal te staan. We zijn verzeild geraakt in een door de markteconomie en de technologie gedomineerde cultuurcrisis en lijken geen hulp te mogen verwachten van scherpe, maar hoopvolle cultuurcritici. Moeten we naar een bezinningsvorm waarbij zintuiglijke indrukken en verstandelijke kennis hand in hand gaan? Is muziek hierbij een onmisbare cultuurfactor?





PRESENTATIE

Zaterdag 23 april
17.00u.


Boekhandel De Tribune te Maastricht
nodigt u van harte uit voor de boekpresentatie van:


 De Pensato
Het gehoorde onhoorbare



Met een videoboodschap van wijlen prof. dr. Ton Beekman (Universiteit Utrecht/Michigan State University), een inleiding op De Pensato van Wiel Botterweck (Directeur Passend Onderwijs VO Westelijke Mijnstreek) en muziek door Servé Zeguers, Mieke Zeguers en Rob Jackson.

De auteur zal het eerste exemplaar van De Pensato uitreiken aan Louise Beekman - nicht van Ton Beekman.



Over Wachten op God?:

“In een wervelend tempo en in een gedreven taal, waarbij hij het niet schuwt zijn brede belezenheid te etaleren, geeft de auteur een indringende beschrijving van de westerse cultuurcrisis” (Tijdschrift voor Filosofie).

“Een bijzonder rijk en erudiet boek, dat heel wat confronterende inzichten bevat” (NBD/Biblion).

“Kuypers probeert de afstand met de lezer te verkleinen door meer van zichzelf prijs te geven. Het is alsof hij zegt: zie dat ben ik en dat zijn mijn ideeën, die ik in het midden gooi” (Humanistisch Vrijzinnige Vereniging).




Boekhandel
DE TRIBUNE


Kapoenstraat 8-10
6211KW Maastricht











Onder de knop 'verschenen' staat een foto-impressie van de boekpresentatie.


 





ISBN

9789051799279

Het boek is verkrijgbaar bij de boekhandel en rechtstreeks bij de uitgever.


Uitgeverij Gopher
Keizersgracht 75-II
1015CE Amsterdam

Tel.: 020/4279204

www.gopher.nl








BOEKPRESENTATIE
25 januari 2014


STILTE EN ONRUST

Fragmenten uit de alledaagsheid


456 blz.


ISBN 978-90-8575-052-9






Garant-Uitgevers nodigen u van harte uit op de ochtendconferentie

Stilte en onrust
Fragmenten uit de alledaagsheid


Deze conferentie vergezelt het verschijnen van het gelijknamige boek van Etienne Kuypers.
Zaterdag,
25 januari 2014 10.30 uur – 12.30 uur

Het Boekenpodium
Somersstraat 13-15, 2018 Antwerpen

vlak bij Centraal Station en Parking Centraal
(routebeschrijving)


  • Dr. Etienne Kuypers: Een filosofie van de straat
  • Drs. Kik Verkaart (psychotherapeut): De psychologische betekenis van overzichtelijkheid
  • Wiel Botterweck (coördinator Samenwerkingsverband Voorgezet Onderwijs Westelijke Mijnstreek Limburg): Passend onderwijs
  • Prof. em. dr. Ton Beekman (Universiteit Utrecht): Videoboodschap over Stilte en onrust - Fragmenten uit de alledaagsheid
  • CD-intermezzi met composities van Ludwig von Beethoven, Richard Strauss, Richard Wagner, Keith Jarrett en Miles Davis.
De alledaagse leefwereld. Dingen die we zien en horen. Fenomenen, belevingen en ervaringen. De diepte van hun stilte en de kracht van hun onrust uitdrukken. Daar gaat het in de filosofie en in de geesteswetenschappen om. Niet om theoretische verklaringen, maar om de concrete werkelijkheid van verschijnselen. Af en toe standpunten innemen, soms argumenten aandragen. Geen abstracte filosofie, maar filosofie van de straat.

De hedendaagse mens wordt opgeslokt door de consumptiecultuur van de markteconomie en verkeert haast permanent in een virtuele werkelijkheid. Individualisme staat voorop. De liefdesrelatie als meest basale vorm van gemeenschap is hierdoor op de helling gekomen. Welke therapeutische perspectieven kunnen we verbinden aan de gestelde diagnose? Om die vraag te beantwoorden zijn we aangewezen op een mentaliteitsverandering die wordt bepaald door het 'morele kapitaal' waarmee een gemeenschap kan voortbestaan.

Filosofen en geesteswetenschappers zouden meer moeten opereren binnen de traditie die Montaigne en Kierkegaard introduceren. Enerzijds dienende gastheer, anderzijds zoekende filosoof. Van de hak op de tak springen. Toch is er sprake van intrinsieke ordening: ideeënimprovisaties worden weerspiegeld in een afwisseling tussen levende herinneringen en abstracte argumenten. Zo krijgt de alledaagsheid een filosofische lading. Kleine verhalen en anekdotes zijn nodig om grote verhalen een persoonlijk karakter te geven. Aldus ontstaat een semi-autobiografische collage. Wat is gelogen? Wat is verzonnen? In feite dient elke filosofie een verslag te zijn van een gedreven zoektocht naar zinvolheid.

Deze conferentie vergezelt het verschijnen van het nieuwe boek van Etienne Kuypers: Stilte en onrust - Fragmenten uit de alledaagsheid. Dr. Etienne L.G.E. Kuypers studeerde wijsbegeerte, wijsgerige en historische pedagogiek en theologie in Utrecht, Leuven en Heerlen/Nijmegen. Hij promoveerde bij prof. mag. dr. Edward Schillebeeckx en prof. dr. Ton Beekman, doceerde wijsbegeerte, pedagogiek en psychologie aan verscheidene instituten en was onderzoeksprojectleider bij een schoolbegeleidingsdienst. Inmiddels is hij sinds vele jaren werkzaam als vrij publicist en zelfstandig onderzoeker. Hij publiceerde vele boeken, artikelen en columns op wijsgerig, cultuurhistorisch, theologisch en pedagogisch/psychologisch terrein.


Deelname is gratis, aanmelding is noodzakelijk

Wilt u aanwezig zijn, klik hier
of telefoneer naar Garant-Uitgevers: +32 (0)32312900

Voor meer informatie over het boek, klik hier
Wilt u meer weten over andere conferenties, klik hier

Garant-Uitgevers
Somersstraat 13-15, 2018 Antwerpen. Tel. 03-2312900 – Fax 03-2332659 – info@garant.be
Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn. Tel. 055-5220625 Fax 055-5225694 info@garant-uitgevers.nl



Uit de Proloog:

Dit boek probeert (essayer) herinneringen levend te maken. In feite is het een oproep om de innerlijke wereld en hiermee dus ook de uitwendige wereld te onderzoeken. Leven zonder herinneringen is geen leven. Niets is zeker, behalve de waarheid van herinneringen die ligt opgeslagen in menselijke belevingen en ervaringen.

 

We begeven ons over hoofd- en zijwegen, bemodderde bospaden, drassige velden, gevaarlijke bochten, grillige slingerpaden, solide bruggen en wankele bruggetjes. De lezer is genoodzaakt zich te laten meevoeren, in de hoop het spoor niet bijster te raken als een onverwachte wending wordt genomen. Luchthartigheid en ernst wisselen elkaar af.

 

Kom binnen...










BESTELLEN:


Bij de auteur, bij de boekhandel, bij de uitgever.


etienne.kuypers@skynet.be

dr.e.kuypers@skynet.be


Garant-Uitgevers 

Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900

Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625

uitgeverij@garant.be

info@garant-uitgevers.nl







 Wachten op God?

Kritiek van de utopische verbeeldingskracht

(827 p.)

 ISBN 978-90-441-2395-1

  •  



 





Bestellen:

 

Garant-Uitgevers 

Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900

Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625 

  •  



info@garant-uitgevers.nl







Presentatie

29 januari 2010 

Uitgeverij Garant  

(Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen)

 

 
 
 
 
Programma
 


11.00 u: Welkom door mevr. Liesbeth Vercammen MA (uitgever)



 


11.05 u: Dr. Etienne Kuypers spreekt over zijn nieuwe boek



 
 
 
 
11.15 u: Muzikaal intermezzo
 

 
 
 

 11.25 u: Prof. dr. Lennart Vriens (hoogleraar Vredespedagogiek Universiteit Utrecht) spreekt over het oeuvre van de auteur en over de wijsgerige en pedagogische relevantie van het boek
 
 
 
 




11.45 u: Muzikaal intermezzo
 

 
 

 
 
11.50 u: Dhr. Wiel Botterweck (consultant onderwijs en zorg Algemene Vereniging Schoolleiders) spreekt over de relevantie van het boek met betrekking tot opvoeding en onderwijs
 
 
 
 

12.10 u: Muzikaal intermezzo


 
 
 
12.15 u: Vragen, discussie 
 
 
 
 
 
12.25 u: Muzikaal intermezzo
 


 



12.30 u:
Afronding door mevrouw Liesbeth Vercammen MA 


 
 
 
12.40 u: Receptie met boekverkoop en signeersessie





 
13.15 u: Einde 
 

 

 

  •  

 


De laatmoderne tijd wordt geteisterd door een ecologische crisis, een voedselcrisis, een economische crisis, een financiële crisis en een crisis rond de multiculturele samenleving. Zouden deze crises louter symptomen zijn van een fundamentelere crisis? 

Het westerse paradijs lijkt verscheurd te zijn door een mentaliteitsstoornis, die een crisis van de humaniteit is en daarmee in essentie de religieuze aard van de malaise ontvouwt. Deze diepere crisis zet de toekomst van de mens op het spel en manifesteert zich als zingevingscrisis: verheerlijking van de rationaliteit en uitdoving van de utopische verbeeldingskracht, vervlakking van waarheden, normen en waarden, uitholling van esthetische sensibiliteit, erosie van opvoeding en onderwijs, etc.

 

Uiteindelijk is de geschetste situatie te herleiden tot de utopische vraag: moeten we op God wachten, of zelf zoeken naar existentiële perspectieven?  

 

Temidden van een stortvloed aan oppervlakkig opiniërende artikelen in dagbladen en tijdschriften, entertainende opinieprogramma’s op televisie en gezellig keuvelende politici, biedt dit boek niet alleen een scherpe diagnose van de hedendaagse cultuurcrisis, maar presenteert de auteur vanuit een humanistisch-religieus perspectief tevens therapeutische perspectieven die stof voor een hoopvolle bezinning kunnen opleveren. 

 

 Deze gesitueerde ethiek van de geseculariseerde religiositeit is in wezen een sociale ethiek van de gemoedsrust die uiteindelijk in het licht staat van een pragmatisch verantwoordelijkheidsprincipe. Het multidisciplinair concept omvat bovendien een pleidooi voor een meer naturalistische benadering in de geesteswetenschappen. 

 

 

 



 Gedetailleerde informatie over het boek is te vinden op:

'Verschenen'.

 


 Bestellen:

 

Garant-Uitgevers 

Somersstraat 13/15, 2018 Antwerpen, Tel.:03/2312900

Koninginnelaan 96, 7315 EB Apeldoorn, Tel.:055/5220625 



info@garant-uitgevers.nl






REACTIES IN DE PERS


Reeds voor verschijnen maakte dit boek nogal wat los in de media.



 

De mens van vandaag wordt als het ware omgeven door een sfeer van crisis. Al wat hij hoort, ziet of leest ademt iets van crisis uit in de verschillende dimensies en domeinen van de werkelijkheid. Zo wordt hij overrompeld door onder meer crisis op politiek, sociaaleconomisch, financieel, ecologisch, religieus-levensbeschouwe- lijk, cultureel vlak. ‘Crisis’ zou wel eens de grondstemming van onze hedendaagse tijd genoemd kunnen worden. De auteur van het — overigens zeer lijvige — voor- liggende boek vraagt zich af of deze verschillende vormen van crisis een uiting zouden (kunnen) zijn van een fundamentele cultuurcrisis die wezenlijk van religi- euze aard blijkt te zijn. De auteur, die zich in de Grieks-joods-christelijk-humanis- tische traditie inschrijft en zodoende ook erfgenaam is van de Verlichting, bedoelt met religie en religiositeit de houding van ontvankelijkheid voor een verbonden- zijn met een groter geheel. Dat verschilt van godsdienst, dat een geloof in een persoonlijke God impliceert. Er worden drie onderzoeksvragen gesteld. Aan elk van hen wordt een stevig essay opgehangen. Hiermee is ook meteen de structuur van het boek gegeven.

 

In het eerste essay, met als titel ‘Leven met de dood?’ wordt de vraag onderzocht of “in de laatmoderne pluralistische leefwereld sprake kan zijn van een volledig geseculariseerde samenleving, of van een samenleving waarin ruimte wordt gelaten voor religieuze c.q. godsdienstige elementen”. In een wervelend tempo en in een gedreven taal, waarbij hij het niet schuwt zijn brede belezenheid te etaleren, geeft de auteur een indringende beschrijving van de westerse cultuurcrisis. Het siert de auteur dat hij niet blijft steken bij een (zoveelste) diagnose van de crisis, maar het waagt om perspectieven aan te reiken. Hier komt de ‘utopische verbeeldingskracht’ aan de orde, waarbij meteen naar de etymologische afleiding verwezen wordt van “eu-topos, een plaats waar het leven goed is en daarmee niet per definitie onreali- seerbaar hoeft te zijn”. (p. 235)

 

In het tweede essay wordt ingegaan op de vraag of “in de laatmoderne pluralis- tische leefwereld sprake kan zijn van een autonome moraal, of van een moraal die is gebaseerd op godsdienstige grondslag”. Het kan ook als volgt geformuleerd worden: “mag in een democratische rechtsstaat godsdienst als basis van moraal worden toegestaan, of dient sprake te zijn van een volstrekt autonome ethiek?”. (p. 307) Na een beknopte geschiedenis van het westerse geluksstreven, zoals in het vorig essay ook eerst een beknopte westerse ideeëngeschiedenis gegeven werd, analyseert hij de vraag vanuit een humanistisch-religieus perspectief om op die manier af te tasten wat een geseculariseerde religiositeit te betekenen kan hebben. Met de ‘gemoeds- rust’, die niets van doen heeft met apathie maar eerder de humus is voor de op te nemen verantwoordelijkheid, verbindt hij een beschouwing waarin hij de mystiek, het luisterend denken en het verlangen op een zinrijke manier samenbrengt. Niet voor niets draagt dit essay de titel ‘Van gemoedsrust naar verantwoordelijkheid?’.

 

Het derde — iets minder omvangrijke — essay, getiteld ‘Voorbij het kind?’, behandelt de vraag of “in de laatmoderne pluralistische leefwereld sprake kan zijn van een volstrekt geseculariseerde vorming, of bestaat openheid voor het religieuze c.q. godsdienstige aspecten binnen opvoeding en onderwijs?”. (p. 577) Na een vlijmscherpe diagnose van de huidige opvoedings- en onderwijssituatie doorprikt hij de ‘mythe van de maakbare mens’ waarbij hij niet terugschrikt om hiervoor steun te vinden in het domein van de neurowetenschappen.

 

Met de gegeven omschrijving wordt — alleen al door haar beknoptheid — geen recht gedaan aan de rijkdom van de informatie in dit boek. Het is weliswaar niet mogelijk om de stortvloed aan ideeën, opvattingen, redeneringen en interpretaties ook maar enigszins samen te vatten. Dat is ook niet nodig of wenselijk daar de auteur de stroom aan gedachten zelf voorstelt als een “collage”. (p. 96). Toch betreft het hier niet zomaar een samenvoeging van ideeën, maar valt er door het geheel heen een grondtoon te beluisteren, of is het een melodie? Heel het werk is doordrongen en doortrokken van de geest van Kierkegaard en Wittgenstein als voortrekkers. Ze zijn bijna op elke bladzijde aanwezig (Kierkegaard nog het meest). In hun kielzog volgt een immense stoet van filosofen van Plato tot Sloterdijk, maar ook hedendaagse theologen zoals onder meer Schillebeeckx, Küng en Moltmann ontbreken niet. De auteur is niet te beroerd om de neurofysiologie en de neurobiologie bij het onderzoek te betrekken, zoals blijkt uit de inbreng van het werk van ondermeer Damasio en Jackendoff. Ook dichters en schrijvers ontbreken niet op het appel. Heel wat citaten (o.a. van Montaigne, Pessoa en vele andere) larderen de tekst van het boek.

 

De veelvormigheid, de meerstemmigheid van de werkelijkheid, die de auteur voorstaat, krijgt zodoende daadwerkelijk vorm én stem in de multidisciplinaire uit- werking binnen dit boek. Afkerig van elk ‘-isme’ voert de auteur continu een dia- lectische dans uit in de verhouding tussen (vormen, interpretaties van) werkelijkhe- den die reeds van in het begin van de westerse filosofie aanwezig zijn en geconceptualiseerd werden in tegenstellingen zoals veelheid-eenheid, particulariteit- universaliteit, relativiteit-absoluutheid, contingentie-noodzakelijkheid, immanentie- transcendentie, emotionaliteit-rationaliteit. De dialectische dans is geen uitgeholde of abstracte theorie, maar is een door Kierkegaard geïnspireerde beweging die geen van de termen van de verhouding opheft, maar ze juist in en door hun onderlinge verhouding nog scherper in hun bestaan affirmeert. Zo engageert de auteur zich tot een pedagogiek die de utopische verbeeldingskracht wil stimuleren die het creatief intellect kan ontwikkelen met de kritische redelijkheid aan de hand. Daarom ook wil de auteur in zijn aanzet tot het uitzetten van bakens geen nieuwe waarheden, normen en waarden uitvinden, maar de bestaande uit de Grieks-joods-christelijk- humanistische traditie opnieuw uitvinden in deze laatmoderne tijd.

 

Dit boek lezen is als huppelen in een wijds landschap waarbij de lezer gaandeweg langzaamaan bewust (gemaakt) wordt van de vragen die hij zichzelf stelt en welke bakens hij denkt of hoopt te kunnen uitzetten tot een verder en hopelijk beter (zelf) verstaan van de mens in een leefwereld van vandaag!

 

(Roland Van Bellingen in Tijdschrift voor Filosofie, jrg. 74, nr. 4, 2012.)




"Etienne Kuypers, filosoof, pedagoog en psycholoog, heeft zijn magnum opus geschreven: Wachten op God? Kern van zijn pleidooi: het vormingsideaal moet terug in het onderwijs.


Prikken als een horzel, de knuppel in het hoenderhok gooien. Dat is zijn taak, vindt hij. Er staan te veel kneusjes in het onderwijs. Tussen de crisis in de cultuur en die in het onderwijs bestaat een link. Het is een complexe wisselwerking. Het onderwijs is verworden tot pure kennisoverdracht. Van vorming van mensen, vorming van persoonlijkheid is geen sprake meer. Bildung is passé. En dat komt vooral door een gebrek aan kwalitatief goede leerkrachten.

Hij kan zich mateloos ergeren aan de hypocrisie  in het onderwijs. Naar buiten toe de schijn ophouden dat de kwaliteit van de onderwijzers goed is. Maar achter de hand geeft menige schoolleider toe dat het bepaald niet zo is. En dan de overheid. Wat schreef staatssecretaris Dijksma (PvdA), verantwoordelijk voor het basisonderwijs, recentelijk? Doel van het onderwijs is kinderen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. Het is een puur mechanistische benadering. Wat de maatschappij produceert zijn courante mensen, inwisselbaar. Het is de filosofie van Louis van Gaal: elf spelers op het veld, op de bank moeten elf gelijkwaardige spelers zitten. Valt Jantje weg, komt Pietje. Niemand merkt het. Er is sprake van een zingevingscrisis. Reflectie is niet meer gevraagd in een wereld die bol staat van entertainende opinies en massa-amusement.

Nee, hij is niet zozeer op zoek naar een godsbeeld. Wij armzalige mensen zijn te klein om een beeld van God te dragen. Onze moderne samenleving verheerlijkt rationaliteit. Utopische verbeeldingskracht is niet meer gevraagd. Dat zou anders moeten. Weg van het puur cognitieve, van louter kennisoverdracht. Meer aandacht voor (creatieve) vorming en ontwikkeling van verantwoordelijkheidsbesef. Goed onderwijs, hij wordt het maar niet moe te zeggen, is o zo belangrijk. Dostojevsky schreef: 'Zolang één kind lijdt, lijdt de hele mensheid'. Er is dus nog een hoop werk te verrichten."

(Caspar Cillekens, in: Dagblad De Limburger, 8 januari 2010)




"Leerkrachten hebben een beter beeld van hun leerlingen dan een eindtoets ooit kan opleveren. Bovendien, zo stelt wijsgeer en pedagoog Etienne Kuypers, moeten scholen veel meer rekening houden met de hersenontwikkeling van leerlingen. Maar die eindeloos lange puberteit is volgens hem een uitvinding van volwassenen, die weigeren op te groeien.


Etienne Kuypers schuwt de controverse niet. Hij doet stellige uitspraken over het onderwijs en het onderwijspersoneel. Hij hoopt daarmee publiekelijk een gesprek op gang te krijgen over de inrichting van het onderwijs in Nederland. Zo worden scholen volgens Kuypers beheerst door mensen 'met vastgeroeste gewoonten', die zich eerder gedragen als manager dan als leerkracht. Bovendien zijn de verantwoordelijke bewindslieden op het Ministerie van Onderwijs vrijwel altijd intellectuele kneusjes. Kuypers wordt naar eigen zeggen overspoeld door reacties van wanhopige ouders die zijn vastgelopen met hun kind. Wanneer hij ergens spreekt, krijgt hij bijval van onderwijsmensen. Maar wel besmuikt. "En public durft niemand uit de hoek te komen, maar bij de koffie hoor ik dan: 'Eigenlijk hebt u gelijk'."


Ondertussen is het onderwijs vervreemd van de kinderlijke leefwereld. in het curriculum zou volgens Kuypers meer rekening gehouden moeten worden met breinontwikkeling. En niet, zodra het moeilijk wordt, iemand de hulpverlening in sturen waar hij of zij meteen een etiket krijgt. Onderwerpen als dood of geboorte moeten aan de hand van het overlijden van een opa of een geboorte van een zusje meer ruimte krijgen. Daar wordt te weinig tijd voor uitgetrokken, want de stof van deze week moet erdoor worden gejast. Kinderen worden volgens Kuypers enerzijds geïnfantiliseerd, maar anderzijds cognitief overvraagd. De oplossing zou schuilen in onderwijs dat rekening houdt met ieders niveau en tempo.


Het hele vormingsidee staat op de helling. er wordt uitgegaan van een puur mechanistisch mensbeeld, alsof kinderen robots zijn. Staatssecretaris Dijksma schreef onlangs aan de Tweede Kamer: "Het onderwijs dient erop gericht te zijn jongeren voor te bereiden op de arbeidsmarkt." Alsof onderwijs alleen tot doel heeft te zorgen dat iedereen aan het werk is. Op school staat de stof centraal, niet het kind. Het lesprogramma is per week uitgespeld. Kinderen worden behandeld als automaten, terwijl ze juist moeten worden gevormd tot mensen die gezond in het leven staan. De vormende taak van het onderwijs is primair.


De meeste leerkrachten komen uit een middenklasmilieu. Ze kunnen niet-doorsnee kinderen niet goed plaatsen. De oorzaak ligt in de kwaliteit van de leerkracht. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat juist de kwaliteit van de individuele leerkracht doorslaggevend is voor de resultaten van leerlingen. De toneel- en kunstacademies en conservtoria kom je moeilijk binnen, maar voor de pabo is havo genoeg. Aan de lerarenopleidingen moeten we net zulke hoge eisen stellen. je mag de kwantiteit niet dichten door de kwaliteit te verlagen. Deze mensen laat je wel op onze kinderen los."

(Marijke Nijboer, in: Kader Primair, jrg. 15, nr. 5, januari 2010)



REDELIJKHEID EN UTOPISCHE VERBEELDINGSKRACHT

RECENSIE VAN: 

Etienne Kuypers,  Wachten op God? Kritiek van de utopische verbeeldingskracht, Garant, 2010, 827 blz.

In onze laatmoderne tijd is zoeken naar zin een sterke uitdaging.  Onze huidige samenleving is getekend door crisis. De toekomst van de mensheid staat op het spel. Er is dringend nood aan een nieuw paradigma dat ons in staat stelt nieuwe krachtlijnen te ontwikkelen naar menswaardige overlevingskansen. Etienne Kuypers, filosoof, theoloog en pedagoog, gaat in dit boek op zoek naar mogelijke antwoorden op de talloze zinvragen die vandaag gesteld worden. In een eerste sectie brengt hij een scherpe diagnose van de westerse cultuurcrisis waarin de mens herleid wordt tot een ‘man zonder eigenschappen’ (Robert Musil) die leert leven vanuit de contingentie midden een zingevingscrisis. Voor Kuypers liggen de therapeutische alternatieven in het herstel van de oorspronkelijke dimensies van humanisme en Verlichting: de utopische verbeeldingskracht, het creatief intellect en de kritische redelijkheid. Zo komt er ruimte voor een existentiële identiteit als zorg voor zichzelf binnen de concrete sociale contexten.

Een tweede sectie handelt over ethiek en godsdienst. Kuypers opteert hier radicaal voor een levenskunst die de basis vormt voor een gemeenschappelijke ethiek in een pluralistische leefwereld. Verder denkend dan Kierkegaard en zijn leermeester Schillebeeckx ontwikkelt hij de lijnen voor een geseculariseerde religiositeit. Hierin staan vooral een luisterend denken en het verlangen naar gemoedsrust centraal. Dan kunnen religie en cultuur elkaar wederzijds bevruchten.

De laatste sectie gaat specifiek over opvoeding en onderwijs. Kuypers is erg kritisch voor het huidig onderwijs, zowel in Nederland als Vlaanderen. Het is volgens hem te betuttelend en vervlakkend. Onderwijs zou meer moeten uitgaan van de vormingsideeën van Nietzsche die de nadruk leggen op de individualiteit en de waarde van de traditie. Daarin ligt de basis voor zelfonderzoek en voor het verkrijgen van inzicht in het ware, het goede en het schone. De esthetiek (als lichamelijke gevoeligheid) dient de basis te zijn van elke ethiek. Essentieel is daarom het dialogisch karakter van elke vorming waarin leerlingen en leraars elkaar erkennen als gesprekspartners. Alleen dan kunnen mensen leren wat verantwoordelijkheid is. Zou dit het leven schoonheid verlenen? Of moeten we wachten op God? Zingeving is een eindeloos proces. Laten we dit een zekerheid noemen, zegt Kuypers.

Dit boek getuigt van een rijk inzicht in de mogelijkheden en de ontwikkeling van de mens als redelijk maar ook emotioneel individu. De auteur beschikt over een enorm arsenaal aan literatuur die hij stelselmatig heeft doorploegd en die hij organisch weet in te passen in de eigen denk- en schrijfwereld. Dat geldt ook voor de poëtische teksten van Pessoa, Schiller, Pavese, Claus, Rilke, Wagner, e.a. Het boek zou je kunnen zien als een magnum opus, waarin de auteur zijn brede kijk op mens en samenleving die al in talrijke publicaties werd uiteengezet in een samenhangend en dynamisch perspectief plaatst. Je moet wel echt tijd nemen om het te lezen, niet alleen omwille van de omvang, maar vooral om het geleidelijk peilen naar zin en waarde (waarheid?) in onze pluriforme maatschappij.


(Willy Deckers, http://home.scarlet.be/wol-deckers/recensies, 20 mei 2010)








De kritiek op Etienne Kuypers als zou hij een persoonlijke levenshouding als dè levensbeschouwing voorstellen, wordt al meeteen gecounterd door zijn stelling dat elke levensbeschouwing wortelt in de persoonlijke levenssfeer. Deze explicitering betekent echter geen vernauwing van het intellectuele veld. Integendeel, door de openheid en de brede belangstelling van de auteur, door de rijke nuanceringen en de aandacht voor alternatieven, ontplooit zich gedurende het lezen van de meer dan achthonderd bladzijden zowel diepgang als breedheid, rationeel en gevoelsmatig.

 

Maar in die verscheidenheid schuilt het gevaar dat contradicties opduiken. Globaal beschouwd echter, tekent zich een engagement af dat als een gouden draad doorheen het boek aanwezig blijft. Dus toch een persoonlijke levenshouding? Inderdaad, maar is niet elke zinnige voorstelling ook altijd het gevolg van een keuze? Het minste dat je van de geschriften van Kuypers kan zeggen is dat ze geen neutrale en grijze zone afbakenen, integendeel, ze verwoorden vaak striemende aanklachten van misstanden.


Hoezeer de verbondenheid met de maatschappij ook spreekt uit de teksten, toch speelt op de achtergrond een fundamentele houding die zeer diep gaat, maar anderzijds niet los staat van dat maatschappelijk engagement. Deze houding komt vooreerst al tot uiting in de titel van het boek en in de cover. ‘Wachten op God’ appelleert aan het toneelstuk van de Ierse schrijver Samuel Beckett, ‘Wachten op Godot’, waarin de bizarre conversatie tussen de twee hoofdpersonages, Vladimir en Estragon, staat voor het hopeloos zoeken naar zingeving. Godot komt niet, maar wachten op Godot vult wel de tijd, gesymboliseerd door het enige herkenningspunt, een boom. De cover van het boek toont overigens een eenzame, bladerloze boom.

 

Zoals ‘Wachten op Godot’ de existentie suggereert, zo ook, is ‘Wachten op God’ existentieel, met als mediator Kierkegaard. De auteur heeft zich reeds jaren ontpopt als een oorspronkelijk kenner van deze Deense filosoof, die als de vader van het existentialisme geboekstaafd staat. Kierkegaard is dan ook prominent aanwezig van de eerste tot de laatste bladzijde, gaande van het leven van de man, zijn dialoog met tijdgenoten en de cruciale momenten in zijn denken, over controversen daarover, de diagnose van de westerse cultuurcrisis waar Kuypers op aansluit, de religiositeit van de existentiële identiteit, naar de dodende impact van de institutionalisering der religie.

 

Kuypers, die onder meer theologie studeerde, is blijkbaar veel verschuldigd aan wijlen prof. mag. dr. E. Schillebeeckx. De bewondering voor zijn leermeester en vriend ligt een beetje in de lijn van Kierkegaards afkeer van de geïnstutionaliseerde religie. Hoewel Schillebeeckx in wezen geen rebel was, maar enkel het christelijke geloof in overeenstemming met de hedendaagse wereld wenste te interpreteren, kwam hij toch in botsing met de gevestigde macht. Het nadenken vanuit een gelovige (of niet-gelovige) traditie schrijft zich hier in een levenscontext in. Dat maakt dat het spreken over God, een transcendent begrip, gebonden blijft aan de menselijke mogelijkheden.

Het probleem van het kwaad in de wereld benadert Schillebeeckx met het concept van Gods ‘weerloze overmacht’, dat zich uit in ‘Gods weigering met zijn macht het kwaad uit de werkelijkheid te verdrijven’ (p. 366). Maar, hoe je het ook draait of keert, het blijft echter een aantasting van de zo geprezen oneindige volmaaktheid van God en het blijft botsen met wat Etienne Vermeersch de contradictie tussen oneindige goedheid en de onmacht om het kwade niet toe te laten. De gelovige Schillebeeckx echter komt niet verder dan de erkenning van zijn onmacht het onschuldige lijden te plaatsen.

Positief is dan weer dat Schillebeeckx, en ook Kuypers, de ethiek grond laten vinden in de mens. Voor de gelovige biedt God dan de ‘extra levenskracht’ (p. 376), maar de opdracht tot verbetering van het menselijk lot, of beter, het zich niet kunnen verzoenen met het kwaad in de wereld blijft algemeen menselijk.

Kuypers citeert Schillebeeckx: “We hebben God niet nodig als onmiddellijke fundering voor ons ethisch handelen. In een autonome fundering van de moraal gaat het om de menswaarde van een ieder” (p. 382).

De atheïst of agnosticus hebben dus evenveel recht om zich als moreel bewuste mensen te profileren. Overigens, de mens is niet een moreel wezen omdat godsdienst bestaat, maar de godsdienst heeft een moreel facet omdat het mensenwerk is. Om diezelfde reden is godsdienst vaak immoreel en in fundamentalistische versie zelfs gevaarlijk. Dat strookt echter niet volledig met wat Kuypers en Schillebeeckx beweren. Bij hen blijft een seculiere moraal een eindeloze verwijzing, zonder aan een noodzakelijke eindterm te zijn gebonden (p. 386). Hun standpunt gaat uit van een scheiding tussen feit en waardering, terwijl zij zelf aangeven dat moraliteit te maken heeft met het feit van het kwaad in de wereld. Is dat kwaad, aangevuld met rationaliteit, dan niet voldoende als eindterm? Door ethiek integraal tot het transcendente te promoveren is aan het transcendente een te brede betekenis gegeven. Dat geldt overigens ook voor het gehanteerde begrip religiositeit. Het gaat uiteraard om definities, maar ook definities hebben een implicatie, doordat zij discriminaties in de kennis aanbrengen die een handicap kunnen betekenen in de ontplooiing van een redenering. Het toewijzen van de ethiek tot het transcendente is daar een voorbeeld van. De beoefening van de ethiek lijdt dan aan dezelfde beperkingen die aan het transcendente worden opgelegd. De ethiek kan dan niet langer als wetenschappelijke worden aangepakt.

 

Een naam die op het eerste gezicht misschien niet in het rijtje van voor Kuypers inspirerende figuren thuis hoort is Wittgenstein. Hij krijgt er echter wel degelijk en terecht een plaats, met name vooral wegens zijn taalfilosofie, waarmee Kuypers gedurende zijn studies mee in contact kwam. Het is niet onbelangrijk te vermelden dat Wittgenstein zelf door Kierkegaard is beïnvloed en dat er heel wat misverstanden bestaan over de betekenis van Wittgensteins werk. Hoe dan ook deze keuze voor Wittgenstein getuigt van de reeds aangehaalde breedheid van Kuypers denken. Die breedheid is tegelijk een verdieping door de aandacht te vestigen op de dialectiek tussen taal en diverse belevingswerelden, en kennis te zien als een sociaal fenomeen. Kuypers weet dat inzicht te linken aan de fenomenologie (Wittgenstein had dat overigens zelf reeds gedaan.) en hij ontdekt tevens verwantschap met Kierkegaard.


Herhaaldelijk steekt Wittgenstein de kop op in Kuypers teksten, zoals bij het verhelderen van één van Kuypers centrale begrippen, de utopische verbeeldingskracht. Hij verwijst daarbij naar het doorbreken van menselijke eindigheid dank zij de muziek, waardoor het onuitsprekelijke uitspreekbaar wordt, maar niet in de zin van het zeggen ervan, want dan blijft het onzin. De muziek van Van Beethoven reveleert op die wijze werkelijkheid.

Een opvatting die Kuypers met Wittgenstein deelt en dat overigens wijd verbreid is, behelst de status van het ethische. Het esthetische, ethische en religieuze worden gereserveerd voor het transcendente, terwijl over kennis in vastomlijnde taal wordt gesproken (p. 657).  Met andere woorden, om bij het ethische te blijven, over het normatieve zouden geen aan kennis gerelateerde uitspraken kunnen gedaan worden, of ethiek kan nooit wetenschappelijk zijn. Dat gaat er aan voorbij dat wetenschap niet uitsluitend feiten beschrijft, maar dat wetenschappelijke uitspraken ook met geldigheid te maken hebben. Het is bijvoorbeeld niet onwetenschappelijk te beweren dat martelen en mensen pijnigen en vernederen als onaangenaam worden ervaren en daarom te veroordelen zijn. Dat is een normatieve uitspraak steunend op feiten. Het is dus fout wat George Edward Moore en Charles Stevenson dienaangaande beweerden (Zie voor een uitgebreider argumentatie: Vanmassenhove, 2011: 187-282). Dat sluit aan bij de reeds geuite kritiek op Schillebeeckx’ bewering dat een seculiere ethiek niet naar een eindterm kan verwijzen.

 

Naast Kierkegaard, Schillebeeckx en Wittgentstein is ook Nietzsche, over wie Kuypers reeds publiceerde, prominent aanwezig in zijn tekst. Er is zelfs een volledig hoofdstuk aan diens vormingsideeën gewijd, in het kader van de behandeling van opvoeding en onderwijs. Kuypers voelt zich des te intenser aangesproken door Nietzsches ideeën omdat ook hij negatieve reacties mocht incasseren in zijn maatschappelijk geëngageerde strijd tegen de verloedering van het onderwijs (p. 634). Nietzsche had het over de vervlakking van het onderwijs, de focus op het nut ervan in plaats van oog te hebben voor onderwijs als culturele vorming. Er zijn scholen die beschaving bijbrengen en scholen die op het beroepsleven voorbereiden (p. 636). De laatste dienen op de praktijk te worden georiënteerd, maar het beschavingselement mag daarin niet verwaarloosd worden.


Niet onbelangrijk is dat Nietzsche aanbeveelt om tot het vijftiende levensjaar ieder kind hetzelfde onderwijs te laten volgen, terwijl recent Vlaams onderzoek (P. Van Avermaet, K. Van den Branden & L. Heylen (red.), 2010) tot dezelfde conclusie is gekomen.


In het verlengde van Nietzsche is Kuypers ongenadig voor de bestaande onderwijscultuur. “De dominerende toetscultuur heeft het onderwijs tot een sociaal constructivistisch instrument van de overheid gemaakt.” (p. 638) Studenten verburgerlijken en universiteiten zijn verworden tot slaafse dienaars van industrie en politiek.

 

Kuypers lardeert zijn geschriften met citaten van originele denkers en dichters. De Portugese dichter Fernando Pessoa komt vaak voor. Is het omdat Pessoa, net als Kierkegaard onder diverse namen, die elk een eigen karakter hebben, schreef?


Ook Montaigne fleurt met talrijke citaten Kuypers’ boek op. Deze vrijzinnige humanist, deze scepticus die de onzekerheden verlaat om in de eigen subjectiviteit te leven, vergenoegd zich met de concrete leefwereld. Alles is immers toeval en contingentie. Grote systemen zijn niet aan hem besteed en op het einde van zijn leven vindt hij voldoening in het epicurisme. Kuypers heeft kennelijk waardering voor deze schrijver die zijn hart en gedachten open stelt voor zijn lezerspubliek.

 

Al deze denkers en kustenaars en nog wel een rij andere, die hier niet allemaal kunnen behandeld worden, getuigen van de eruditie van Kuypers. Het boek ‘Wachten op God?’ is in feite een aaneenschakeling van essays die het eigen karakter van zijn denken als gemeenschappelijke noemer dragen. Een drietal hoofdstukken is als inleidend voorgesteld en vullen de essays aan, of beter situeren ze. In het hoofdstuk ‘sfeer’ relativeert hij zijn boek door de aandacht op zichzelf te richten. Deze biografische gegevens voegen een dimensie aan de essays toe, door hun oorsprong en dus hun relatieve geldigheid te openbaren. Dat sluit overigens mooi aan op de bewering dat alle kennis geconditioneerd wordt door een persoonlijk gesitueerd zijn. ‘Toenadering tot de lezer’ heeft dan vooral een wetenschapstheoretisch en methodologisch oogpunt. Net als de oorsprong dient ook de weg waarlangs kennis tot stand komt te worden belicht. Kuypers neemt daarbij ruim de tijd om uitgebreid, rijk gedocumenteerd en illustratief de gevolgde banen te schetsen en aangewende begrippen toe te lichten. Met nog steeds de lezer voor zich poogt Kuypers de afstand met die lezer te verkleinen door nog meer van zichzelf prijs te geven. Het is alsof hij zegt zie dat ben ik en dat zijn mijn ideeën, die ik in het midden gooi. Het resultaat van deze open confrontatie reveleert een Kuypers die over de materialiteit van de communicatie heen een ingebeeld, maar niettemin direct contact met de lezer aangaat. Het is dan ook niet te verwonderen dat hij de Epiloog als titel ‘Afscheid van de lezer’ meegeeft.


De essays zijn verder in drie secties samengevoegd, namelijk ‘De laatmoderne mens’, ‘Ethiek en godsdienst’ en ‘Opvoeding en onderwijs’. In ‘De laatmoderne mens’ analyseert Kuypers de situatie van de hedendaagse mens in zijn relatie tot zijn omgeving en schetst hij een uitweg uit de westerse cultuurcrisis via de utopische verbeeldingskracht van de mens. Deze analyse mondt uit in een waarderende benadering van de werkelijkheid met als kernbegrippen humaniteit en geseculariseerde religiositeit. Het Oudgriekse streven naar gemoedsrust is daarin terug te vinden. Een scherpe aanklacht houdt ‘Opvoeding en onderwijs’ in. Kuypers is niet te spreken over de weg die in opvoeding en onderwijs in ingeslagen. De hoogstaande cultuur wordt er opgeofferd aan een overigens onnodige vervlakking.

 

Om te besluiten wil ik, naast de reeds vermelde wetenschappelijkheid van de ethiek, nog enkele kanttekeningen maken. Kuypers vereenzelvigd op een bepaald ogenblik de vooruitgangsidee met nazisme en communisme. Dat is niet nieuw, maar het steunt wel een eenzijdige benadering van de vooruitgangsidee, namelijk een vooruitgangsidee dat zich los van het humanisme ziet, terwijl de twee toch nauw met elkaar verbonden zijn. De marxistische ideeën die aan de grondslag liggen van het communisme, mogen dan wel de maakbaarheid vanuit een wetenschappelijk standpunt aan een bekommernis voor de onderdrukte mens linken, de morele mislukking van het communisme is te wijten aan het marxistische onvermogen om alle relevante aspecten van de werkelijkheid in rekening te brengen. Het communistische experiment heeft dan ook geleid tot een terecht pessimisme aangaande de kenbaarheid en maakbaarheid van de maatschappij als een geheel. De ontwikkelingen in de voormalige U.S.S.R. toonden hoe de mensen uiteindelijk de ideeën in praktijk brachten, namelijk door een nieuwe klassenscheiding tot stand te brengen en het verder ontwikkelen van een reeds bestaande politiestaat. Het nazisme daarentegen had niet eens de excuses van goede intenties, omdat zij haar eendracht fundeerde op xenofobie.

 

Kuypers schrijft dat hij op 15 oktober in Zutendaal een punt achter God heeft gezet. “A-dieu!” (p. 97)


Hendrik van Massenhove

HVV vzw (Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, augustus 2011)







'Wachten op God?' is  een uiterst boeiend en erudiet boek. Kuypers brengt heel wat kritiek op de maatschappij en je voelt aan dat hij hier zelf ten volle achter staat. Het is goed om hier kennis van te nemen en nog beter is het die kritiek ter harte te nemen en er wat aan te doen.

Paul Van Aelst


HVV vzw (Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, augustus 2011)

 






 

 

In 2007 verschenen:

 

 

 

 

 Verscheurd paradijs


Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur.


ISBN 978-90-441-2194-0


 

In dit boek komen actuele vraagstukken rond de multiculturele samenleving, economische globalisering, vervlakking van normen en waarden, teloorgang van het schoonheidsideaal, verdwenen sensibiliteit voor het mystieke en de belabberde kwaliteit van opvoeding en onderwijs uitvoerig aan de orde.    


Bestellen

uitgeverij@garant.be   info@garant-uitgevers.nl


    Uit de inhoud

 

  • Voorwoord
  • Sfeer
  • Proloog

    LOF DER STILTE
  • H. I: Ideeëngeschiedenis
  • H. II: De westerse cultuurcrisis
  • H. III: De utopie van een verlichte Verlichting
  • H. IV: Pedagogische catharsis van de vrije geest
     
  • Dialogisch nawoord
  • Bibliografie
  • Personenregister
  • De auteur 

 

  •    

  •  

 

In Verscheurd paradijs - Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur wordt een analyse gepresenteerd van ideeën die sinds de Verlichting tot de ontwikkeling van de huidige tijdgeest hebben geleid. Dit levert een provocerende diagnose van de hedendaagse westerse cultuurcrisis op: in de westerse wereld is een situatie van onrust en vervreemding ontstaan.

De nieuwe mens is de massamens. Hij kent een schrijnend gebrek aan geest en vormt een bedreiging voor het (christelijk) humanisme en de democratische idealen. Het ontbreekt de massamens aan hartstocht en visie, hij weet geen raad met de veroverde vrijheid en leeft comfortabel aan de oppervlakte.

Deze situatie is uitgangspunt om therapeutische perspectieven voor de crisis te bieden. De geschiedenis heeft geleerd dat het opsluiten van mensen binnen een totaliteitsidee tot onmenselijkheid zal leiden, omdat het individu dan in naam van God of onder het mom van de Grote Idee (kapitalisme, socialisme, communisme, fascisme, de multiculturele samenleving, etc.) in het keurslijf van de beoogde uniformiteit wordt geperst. Daarom dient permanent verzet te worden aangetekend tegen alle vormen van monisme. Er bestaan namelijk geen absolute universele inzichten, noch heeft het verlammende relativistische discours enige zin. Een multiculturele samenleving is dan ook tot mislukken gedoemd, de werkelijkheid kan echter worden gehumaniseerd door binnen de pluriformiteit van de multi-etnische samenleving een gemeenschappelijke code (grondconsensus) te realiseren - hoewel vele ideeën onverenigbaar met elkaar zijn.

Sinds de Grieken wordt het geluksstreven als motor voor individueel handelen beschouwd. Invoeging binnen de markteconomie en bevrediging van materiële behoeften zijn echter niet de enige vormen van levensvervulling. Heimwee naar het paradijs (als dat ooit bestaan zou hebben...) en hoop op bevrijding van de verscheurdheid vereist daarom heroriëntatie van het creatief intellect. Een esthetische revitalisering is van belang, zodat ons denken op zinloosheid en verscheurdheid zal stuiten en ons luisteren vervolgens erop gericht kan zijn om het paradijs als eiland van persoonlijke gemoedsrust te realiseren.

Zo kan plaats worden ingeruimd voor het menselijke wilsprincipe, waarin individuele rust wordt nagestreefd als uitgangspunt voor een harmonieuze samenleving. In opvoeding en onderwijs zal dan ook moeten worden geleerd om de liefde als concrete verbondenheid met de ander te beschouwen. Binnen het pluralisme aan ideeën en levensvormen kan zo een gemeenschappelijke code (grondconsensus) op maatschappelijk niveau worden gevestigd: de geseculariseerde religiositeit van verantwoordelijk handelen.

Wat hebben we immers eraan de rest te begrijpen, als we de liefde niet hebben begrepen?

 

  •  

 

  •  

 

Reacties in de pers

Gezien de aan de orde gestelde vraagstukken rond thema's als de multiculturele samenleving, economische globalisering, vervlakking van normen en waarden, teloorgang van het schoonheidsideaal, verdwenen sensibiliteit voor het mystieke en de belabberde kwaliteit van opvoeding en onderwijs, kwam het boek uitvoerig aan bod in de media. Hier volgt een losse greep uit enkele recensies van het boek en enkele interviews met de auteur.

"Etienne Kuypers is geen man die enkel een diagnose stelt en zich dan terugtrekt. Hij stelt zich dienstbaar op en ziet het als plicht om ook therapeutische alternatieven aan te dragen" (Ludo Diels, in: Chapeau Magazine, jrg. 10, nr. 4, augustus/september 2006).

"'Verscheurd paradijs' met name in zorg en onderwijs zichtbaar" (Rob Christiaans, in: De Maaspost, 31 januari 2007).

"De weg naar het goede loopt via het schone. Een platte consumptiemaatschappij, waarin de geestelijke leegte groot is. Filosoof Etienne Kuypers stelt in zijn nieuwste boek Verscheurd paradijs een weinig opwekkende diagnose van de huidige samenleving. Maar hij ziet uitwegen: meer aandacht voor kunstbeleving, religiositeit en verstilling" (Paul van der Steen, in: Dagblad De Limburger, 1 februari 2007).

"Naar een seculier-religieuze pedagogiek? Die indruk doe ik op na lezing van het indrukwekkende boek van Etienne Kuypers: Verscheurd paradijs - Wijsgerige en pedagogische verkenningen over een ontwortelde cultuur. In welk cultureel klimaat leven wij vandaag? De auteur geeft daarop een duidelijk antwoord. Etienne Kuypers begint met wat hij 'sfeer' noemt: het dramatische verhaal van de lotgevallen van een kind op de basisschool en hij besluit: "Het maatschappelijk mechaniseringsproces heeft de individualiteit vertrapt". En het gaat precies over deze doorleefde individualiteit in dit boek. Het is niet doenbaar in een kort bestek dit rijke boek in al zijn nuances te willen bespreken. Kuypers' pedagogische einddoel lijkt een seculiere religiositeit te zijn met het Zelf als hoogste doel. Grote filosofen uit de Europese cultuurgeschiedenis komen tot hun recht. Kortom, een absolute must. Etienne Kuypers heeft heel wat te bieden aan de practici" (Valeer Van Achter, in: Paideia, 23, DIROO, mei 2007). 

"Etienne Kuypers boekt succes met 'Verscheurd paradijs' 

Wie ooit zijn kind gemangeld zag in het hedendaagse onderwijs, moet Etienne Kuypers lezen. Zijn leerrijke, hartverscheurende aanklacht is een filosofisch proces verbaal dat als sfeerschets de intro van het boek Verscheurd paradijs siert. Bij het lezen van het boek bevallen de soepel gelegde verbanden incluis informeel getinte notities. En in het bijzonder de verwijzing naar hoog gewaardeerde schrijvers. Het is filosofie live waar het dorre drama van de omgevallen boekenkast is voorkomen. Het is opmerkelijk dat een filosofisch boek opvalt en levendige discussie uitlokt" (Jos Stijfs, in: Chapeau Magazine, jrg. 11, nr. 3, juni/juli 2007). 

"In deze persoonlijke studie stelt filosoof Etienne Kuypers dat de westerse cultuur compleet ontworteld is geraakt. Centraal object van kritiek is het monisme, waarbij het individu in dienst staat van een toekomstig doel. In een ideeënhistorisch deel bestudeert Kuypers de concepten 'vooruitgang' en 'geluk', die volgens de auteur ondergraven worden door een pervertering van individualisme, instrumentele rationaliteit en politiek atomisme. Het vooruitgangsideaal heeft ons ook opgezadeld met een onmogelijk streven om de zinloosheid van het bestaan te overwinnen. Via een esthetische revitalisering wil Kuypers de mens weer 'heel' maken, hij gaat hierbij onder andere dieper in op de therapeutische werking van muziek. Tenslotte heeft hij het over de universele standaard van menselijke waardigheid om culturen moreel te beoordelen. Een bijzonder rijk en erudiet boek, dat heel wat confronterende inzichten bevat. De voetnoten en de uitgebreide bibliografie maken het werk compleet" (NBD/Biblion, juni 2007).

 

Kritisch Lezen 
 

Verscheurd paradijs: Wijsgerige

en pedagogische verkenningen

over een ontwortelde cultuur

Auteur:  Kuypers, Etienne (2007)
ISBN:  9789044121940
Uigeverij:  Antwerpen, Garant, 377 p

Commentaar: 
In ‘Verscheurd paradijs’ waagt Kuypers zich aan een historische maatschappijkritiek.
Het schema volgt het gekende stramien.  Er wordt een diagnose gesteld om vervolgens de remedie aan te reiken.  Maatschappijkritiek is echter geen medische wetenschap.  Bovendien zet Kuypers zich af tegen de verhalen van het grote gelijk ‘die zich louter legitimeren op grond van een toekomstig doel (kapitalisme, communisme, socialisme, fundamentalistische godsdienstige ideeën), (…)’ (p. 293)  Zowel remedie als diagnose dragen daarnaast de stempel van de belangstellingsfeer van hun ontwerper en dat is bij Kuypers overduidelijk. Wijsbegeerte, wijsgerige en historische pedagogiek en theologie zijn schering en inslag in het boek en maken de kwaliteit er van uit.  Het kan dus onmogelijk gaan over een kritiek van ‘de’ maatschappij, hoogstens van ‘een’ maatschappij-‘beeld’. 

Het maatschappijbeeld is evenwel in dit boek zeer genuanceerd en staat bol van erudiete gezichtspunten.  Het is moeilijk ze onder één noemer te brengen en elk samenvattend begrip om het geheel onder woorden te brengen, moet verzanden in een facetrijk areaal van beweringen, vaststellingen, beschrijvingen, en diepgaande kritieken.  Zo gelezen is het boek bijzonder waardevol, niet enkel omwille van de fenomenologische methodologie die in het eerste deel van het werk aan bod komt, ongeacht of de lezer er aanhanger van is of niet; maar ook om de indringende analyses van het denken van vooraanstaande figuren zoals Erasmus, Montaigne, Newton, Descartes, Fukuyama, Lyotard, Lévinas, Rorty, Huntington enz..  Vooral de uiteenzetting over Kierkegaard, die een belangrijke rol speelde in doctoraatsthesis van de auteur, is bijzonder waardevol.  In al deze eminente filosofen, maar ook prozaïsten, dichters, componisten, enz., ‘ontdekt’ Kuypers een gemeenschappelijke trend, of beter gezegd een verwantschap.  Doch veel meer dan de opeenvolging van denkgehelen en doorwrochte kritieken, scheppen de keuze van bijvoeglijke en zelfstandige naamwoorden en werkwoorden vanwege Kuypers en de zielsverwante, geciteerde auteurs, een negatieve connotatie ten overstaan van een bepaalde moderniteit, atheïsme, wetenschap, techniek, commercialisering, kapitalisme en aanverwante clustering.  Dit neemt niet weg dat er zo - hoewel ze niet nieuw kunnen genoemd worden - toch zeer rake kritieken op hedendaagse ontwikkelingen in onderwijs, media, Kerk, kunst en politiek geduid worden en overzichtelijk worden gemaakt.  Kuypers denken is een spons dat de meest uiteenlopende ideeën opneemt, ze een plaats verschaft en omvormt tot een eigen religieus, genuanceerd totaalbeeld.

Volgens Kuypers draagt de Verlichting door haar eenzijdige rationaliteit en haar maakbaarheididee haar eigen ondergang in zich.  Dit zou reeds tot uiting gekomen zijn in de communistische en fascistische dictaturen in de 20ste eeuw, waarbij morele overwegingen ondergeschikt gemaakt werden aan een monistisch maatschappelijk doel.  Daarom is naast rationaliteit transcendentie nodig; en niet monisme, maar erkenning van pluriformiteit. Merkwaardig, maar terecht, koppelt de auteur de verwevenheid van rationaliteit met de gevoelens aan de biologische constitutie van de mens.  Descartes’ dualisme is dan de representant van de scheiding van ratio en gevoelens.
In zijn zoektocht naar de juiste wijze om de kern van het Verlichtingsgeloof te blijven aanwenden, gaat Kuypers te rade bij uiteenlopende denkers, zoals Bergson, Feyerabend, Lyotard en Rorty.  Positief is Kuypers’ pleidooi voor een verdraagzame, multiculturele wereldomvattende samenleving, waar evenwel gedeelde waarden noodzakelijk blijven, maar dan niet opgelegd, maar ontsproten uit de samenleving zelf, met respect voor de autonomie. Universele waarden en normen moeten niet in een universele samenleving worden gerealiseerd (zoals in het marxisme), maar ontstaan in gemeenschappelijke praktijken, waarbij de gedeelde standaarden op verschillende manieren kunnen worden beschouwd, maar wel aanleiding geven tot een modus vivendi. (p. 205). Tegelijk is deze ethisch verantwoorde, noodzakelijke beweging, religieus van aard. De theoloog Kuypers spreekt in het boek duidelijk en ondubbelzinnig mee.  Dat is reeds aanwezig in het titelwoord ‘paradijs’. Verwijst het misschien ook naar de zondeval, de gemeenschappelijke schuld, het verlangen om de perfecte harmonie terug te winnen?

Telkens terugkerend in het boek, is ook de symbiose van het schone, het goede en het ware van Plato - dat in Kierkegaards esthetische, ethische en religieuze levensvormen overlappend een harmonieus samenspel vormen.  Een belangrijk, zelfs noodzakelijk element in de interculturele dialoog is ook de cruciale aandacht voor elkaars intuïties. 

Wanneer Kuypers de lezer in een doodlopend straatje heeft gebracht omdat geen enkele oplossing tot nog toe slaagkansen kreeg, komt hij toch nog met een ontsnappingsroute.  En, hoe kan het ook anders voor iemand onderlegd in de pedagogiek, de opvoeding moet de oplossing brengen.  De vraag blijft evenwel welke pedagogische methodes het meest geschikt zijn.
Enkele citaten uit hoofdstuk IV maken dat duidelijk:

-    ‘Pluralistisch georiënteerd onderwijs behoort aandacht te schenken aan verschillende culturele tradities (…)’ (p. 304)
-    Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de noodzakelijke kwaliteiten van de leerkracht. (p. 310)
-    ‘(…) een onderwijssysteem (…) waarin ruimte is voor het totale kind en niet alleen cognitieve aspecten.’ (p. 316)
-    ‘Kinderen zoeken naar morele inzichten, het is de plicht van volwassenen hen die aan te bieden.’ (p. 323)
-    ‘Muziek (…) is dan ook van groot belang in opvoeding en onderwijs.’ (p. 327)

Mijn kritiek op het ‘Verscheurd paradijs’ van Etienne Kuypers is geconstitueerd vanuit haar opponent, maar wenst de hoogstaande kwaliteit van zijn vertoog niet aan te tasten.  Die opponent is uiteraard het atheïstische pragmatisme dat de primauteit van de rationaliteit stelt, maar dat tevens Kuypers een heel eind in zijn redenering volgt, en grote delen van zijn vertoog bijna letterlijk onderschrijft.

Kuypers situeert zich in een welbepaalde filosofische traditie: de existentiële fenomenologie van de Utrechtse school.  Fenomenologie richt de aandacht op de fenomenen, de inhoud van de gedachten in hun intentionaliteit; het existentialisme zet de mens centraal; de existentiële fenomenologie ziet af van de antiwetenschappelijke bijsmaak van het existentialisme en kiest de mens als uitgangspunt van een fenomenologische analyse.  De kritiek zal zich concentreren rond de existentiële fenomenologie zoals zij door Kuypers in dit werk vorm heeft gekregen.

Het objectiviteitgehalte van de fenomenologie blijft problematisch omdat zij zich afzet tegen het positivisme, met als ruis de onderschatting van de empirische werkelijkheid.  Dat neemt niet weg dat zij, omdat zij zich anderzijds tegen het filosofische idealisme afzet, een realisme aanhangt dat leidt tot een overschatting van de eigen kennis en een gebrek aan relativering op epistemologisch niveau.

Het is onbegrijpelijk dat over het onuitspreekbare zoveel gesproken wordt; ‘het onuitspreekbare’ is al een brug te ver.  Wat zei Wittgenstein ook weer?: ‘Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen’ (Tractatus, stelling 7).  Kuypers heeft het overigens ook over Wittgenstein in verband met het onuitspreekbare.  Taal verwijst wel naar feiten, gebeurtenissen, gevoelens, en noem maar op.  Zij is immers slechts verwijzingsmiddel, ook in haar performatieve uiting, maar zonder mogelijkheid tot conceptualisering en operationalisering is zij machteloos, is zij woordenkramerij.  De kritiek van Kuypers op Wittgenstein is terecht wanneer hij beweert dat de taal niet de grens van de werkelijkheid vormt (p. 214).  De taal zelf sluit immers aan op de emotionele betrokkenheid met de dagelijkse leefwereld en manifesteert zich vooreerst in non-verbale expressiemiddelen, maar de taal is het medium met de hoogste helderheid.  Daarom wordt het niet-uitspreekbare voortdurend uigesproken, wat een onmogelijkheid is en derhalve een fata morgana creëert.

Dat neemt niet weg dat de uitgestoken hand naar de niet-gelovige omwille van humanistische redenen zeker niet geweigerd wordt; maar dat neemt evenmin weg dat de bewering ‘De kantiaanse moraliteit toont (…) aan dat de humaniteit niet zonder religiositeit kan (…)’ (p. 36) even categorisch afgewezen wordt, volgens de stelling dat moraliteit niet afhankelijk is van religie, maar dat religie de moraliteit opneemt omdat de mens een moreel wezen is.  De blik van de andere kan dan wel een appel betekenen aan mijn moraliteit, maar daarom moet dat nog geen God impliceren.  Kuypers vereenzelvigt de godsdienst expliciet niet met moraliteit en laat moraliteit ook open voor de niet-gelovige, maar relateert haar wel aan religiositeit.

In het eerste hoofdstuk behandelt Kuypers de ideeëngeschiedenis.  Hij vertrekt daartoe van het Heideggeriaanse zijnsbegrip om te komen tot het begrijpen van de ideeënvorming vanuit haar historiciteit en haar sociale verbondenheid.  Een beroep op Merleau-Ponty moet verhinderen dat het een zuiver intellectualistische aangelegenheid wordt door de lichamelijkheid erin te betrekken.
Tot daar geen probleem, doch wanneer Kuypers meent de kwantitatieve onderzoeksmethoden te moeten aanvallen, gaat hij voorbij aan de complementariteit van de verschillende wetenschappelijke methodes en aan de specifieke toepasbaarheid van elk van hen.  Wat dat laatste betreft zou hij het evenwel bij het rechte eind kunnen hebben, wanneer hij bepaalde toepassingen van kwantitatieve aard in het onderwijs aanklaagt, maar dat is nog geen reden om alle kwantitatieve benaderingen over boord te gooien, niet in de menswetenschappen en evenmin in de ideeëngeschiedenis.  Deze houding is overigens niet in overeenstemming met zijn positieve bewering op een andere plaats in zijn boek dat er een veelheid aan methoden bestaat.

De volgende stap in de redenering behelst de verhouding relativisme – universalisme.  Beide zijn inderdaad uitersten die vermeden moeten worden en dienen te culmineren in een pluralistische dialoog, waarbij gemeenschappelijkheden aanknopingspunten aanbrengen. Intuïties sluiten daar kentheoretisch op aan.  Maar dan neemt Kuypers een onverwachte bocht. Vanuit Kierkegaard wijst hij theorie- en hypothesevorming af!  Niet verklaringen, maar beschrijvingen zijn nodig en wel existentiële subjectieve ervaringen van originele historisch-cultureel bepaalde ideeën.  Het gevolg kan alleen maar zijn dat de eigen existentiële ervaring geprojecteerd wordt op het verleden en dat dus de verhoopte inleving in het verleden volkomen mis wordt gelopen.  Geschiedschrijving is al zo’n moeilijke aangelegenheid omdat met gering empirisch materiaal een wereld mentaal moet heropgebouwd worden. Gedachteconstructies die niet gericht zijn op feiten, als bron en verificatie, openen de poort voor pure fantasie.  Hier is Kuypers wel vér verwijderd van zijn citaat van Schillebeeckx over theorievorming (p. 44).  Hij neemt blijkbaar de speculatie uit de theologie over in de wetenshap.  Hypothesen wijzen op het gissende karakter van de wetenschap, het zoeken naar waarheid.  .
Na deze metafysische, methodologische, fenomenologische en existentialistische omzwervingen komt Kuypers dan tot het resultaat van zijn ideeënideologische experiment. Zonder de absoluutheid ervan te onderschrijven, zijn zijn bevindingen zeer aannemelijk, maar men vraagt zich af of al het voorgaande wel nodig was en tot het resultaat heeft bijgedragen.
Kuypers ziet de westerse ideeëngeschiedenis als bepaald door het vooruitgangsbegrip samen met de permanente zoektocht naar geluk (p. 64) - vandaar het woord ‘paradijs’ in de titel van zijn boek.  Parallel aan dat geluk zou volgens Kuypers de eigen ondergang ingeleid worden.

De dominante trend in de moderniteit is - vooral sinds de Verlichting - de kenbaarheid, maakbaarheid en vooruitgang van de wereld, met als doelstelling de verwezenlijking van vrijheid, rechtvaardigheid en autonomie voor iedereen.  Dit is geen nieuwe visie, maar  Kuypers kan ze dankzij de bespreking van een aantal centrale figuren en getuigen minutieus analyseren.  In feite biedt dit boek een panorama van de grote moderne denkers, altijd evenwel vanuit de gelovige hoek benaderd. Wanneer over de een of andere denker controversen bestaan, kiest Kuypers resoluut voor het standpunt van de eigen stal.  Zo komt de eventuele interpretatie van Kant als gelovig uit opportunisme niet eens aan bod, maar wordt hij behandeld als een vooraanstaande representant van het geloofsdenken ten tijde van de Verlichting.  De te verwachten remedie komt tot uiting in de diagnose van de verscheurdheid in de maatschappij, namelijk het individualisme, de instrumentele rationaliteit en het politiek atomisme.  De verborgen agenda van Kuypers moet in de richting van het communitarisme gaan en A. Etzioni, Ch. Taylor, M. Sandel, A. McIntyre en M. Walzer moeten daarvan uiteenlopende vertegenwoordigers zijn.

Onterecht en inconsequent is zijn standpunt ten overstaan van Europa.  Omdat Europa “ondemocratisch is en de verscheidenheid miskent”, vindt zij bij Kuypers geen genade. Anderzijds klaagt hij de discrepantie aan tussen de macht van multinationals in een geglobaliseerde economie en de macht van de natiestaten, terwijl juist Europa het enige antwoord kan zijn op de kapitalistische wildgroei.  Hij gaat daarbij voorbij aan: het feit dat de afgekeurde grondwet juist meer democratie breng; dat het Europese parlement zijn zeggingskracht uitbreidt; aan een noodzakelijk milieubeleid dat zonder Europa onmogelijk is.
Op nationaal politiek gebied droomt Kuypers overigens nog van een parlement waarin de individuele parlementairen, los van de partijdiscipline, de wetten stemmen.  Wat is echter het beste: populistische parlementairen die het land onbestuurbaar maken of degelijk studiewerk in de partijen dat aan de wetgeving voorafgaat?  Blijft de burger niet het recht behouden om zo nodig ineffectieve politici de laan uit te sturen, ook al verloopt dat niet altijd optimaal?  Het korte termijn denken is zelfs in een partijpolitieke context nog steeds te vaak aan de orde; wat moet er dan niet verwacht worden van individuele parlementairen die om de gunst van de stemgerechtigden dingen?  De meeste burgers denken immers eerder aan morgen dan aan overmorgen.  Democratie is niet alleen afhankelijk van haar instituties, maar evenzeer van de morele cultuur waarin zijn functioneert en daarmee zal Kuypers het ongetwijfeld niet oneens zijn.

Deze kritieken mogen de waardevolle aanbreng van Kuypers niet doen vergeten. Het blijft een uiterst boeiend en erudiet boek.  Er wordt zeker geen blad voor de mond genomen.
Hopelijk zijn ook de beleidsmakers en iedereen die enige verantwoordelijkheid draagt (en wie draagt er geen?) in de inhoud geïnteresseerd, maar dan in de Heideggeriaanse betekenis van inter-esse.

Hendrik van Massenhove

HVV vzw (Humanistisch Vrijzinnige Vereniging, eind 2007)


  •  



Bestellen

info@garant-uitgevers.nl