Biografie

Welkom op de webpagina van Etienne Kuypers 

Dr. Etienne L.G.E. Kuypers
(Maastricht, 1958) studeerde wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht en aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de Katholieke Universiteit Leuven. Wijsgerige en historische pedagogiek studeerde hij aan de Universiteit Utrecht en theologie aan de Universiteit voor Theologie en Pastoraat te Heerlen/Nijmegen.

 

Hij promoveerde in 1987 aan de Universiteit Utrecht  bij prof. mag. dr. Edward Schillebeeckx en prof. dr. Ton Beekman. 







 

  Functies

Kuypers doceerde wijsbegeerte, pedagogiek en psychologie, was onderzoeksprojectleider aan een schoolbegeleidingsdienst en is inmiddels reeds jaren werkzaam als vrij publicist.

Hij was redacteur van diverse tijdschriften en opinieleider bij de websites Mootz.com en Welingelichte Kringen.

Als eindredacteur/co-auteur was hij verbonden aan de boekenreeks Rondom Filosofen (Garant, Leuven/Apeldoorn). 



Kuypers geeft veelvuldig lezingen en gastcolleges. 





 


 

Invloeden

Kuypers is gevormd in de existentiële fenomenologie (hij maakt deel uit van de vierde generatie van de Utrechtse School, maar is louter nog aan de uitgangspunten van deze wijsgerige stroming gelieerd); met name zijn Søren Kierkegaard, Friedrich Nietzsche, Martin Heidegger, Maurice Merleau-Ponty en Albert Camus fundamenteel.

Naast de existentiële fenomenologie (met name van Kierkgaard) en de analytische wijsbegeerte van Ludwig Wittgenstein, zijn ideeënhistorische invloeden van Isaiah Berlin, de hermeneutische methodologie van Hans-Georg Gadamer, specifieke gedachten van Baruch de Spinoza, mystiek-religieuze inzichten van Schillebeeckx en Hans Küng, de sceptische visie van Michel de Montaigne, maatschappijkritische ideeën van Walter Benjamin, Jürgen Habermas en Peter Sloterdijk, maar ook epistemologisch-anarchistische opvattingen van Paul Feyerabend en neurobiologische inzichten van Daniel Dennett, Antonio Damasio en Ray Jackendoff belangrijke inspiratiebronnen. En Immanuel Kant? Tja, Kant wurmt zich overal tussendoor...

                       Kierkegaard is een constante in Kuypers' werk.

 





 

Ideeën

Met de Griekse conceptie van wijsbegeerte is Kuypers van mening dat het doel van de wijsbegeerte en het doel van het goede leven bij elkaar horen. Filosoferen is daarom een praktische aangelegenheid, om op een nieuwe manier naar de werkelijkheid te leren luisteren en kijken.

Een scherpe diagnose van en therapeutische alternatieven voor de huidige westerse cultuurcrisis zijn terugkerende thema's in Kuypers' werk. Het individu staat daarbij centraal (niet alleen vanuit geestelijk oogpunt, maar ook vanuit een naturalistische basis), zodat van hieruit gezamenlijk een menswaardige samenleving kan worden opgebouwd. Kuypers zoekt daarom voortdurend naar grenzen tussen de wijsbegeerte en de geesteswetenschappen. Het multidisciplinaire perspectief (wijsbegeerte, ideeëngeschiedenis, cultuurgeschiedenis, theologie, pedagogiek en psychologie) heeft directe dienstbaarheid naar mens en samenleving tot doel, door abstracte wijsgerige concepten een empirische lading te geven en tegelijkertijd theoretische constructies aan de hand van concrete beschrijvingen aan het licht te brengen. Essentiële kennis wordt op die manier gekarakteriseerd door betrokkenheid op de concrete alledaagsheid. Daarom neemt Kuypers vanuit een breed cultuurhistorisch kader de dagelijkse leefwereld als uitgangspunt en beschrijft vervolgens specifieke situaties. Hij werkt met deze fenomenologische methode niet alleen analyserend en argumenterend, maar maakt tevens gebruik van provocerende formuleringen en improviserende technieken. Zo worden academische regels gecombineerd met artistieke verbeeldingskracht. De wetenschappelijke benadering van de alledaagse leefwereld is voor Kuypers dan ook verweven met intense aandacht voor muziek en literatuur.
 

Dit geesteswetenschappelijke concept vereist dat wetenschappen als pedagogiek en psychologie op een meer naturalistische basis moeten opereren. Menselijk gedrag is immers vooral genetisch bepaald, uiteraard in wisselwerking met de omgeving (opvoeding en de peer group van leeftijdgenoten), maar het erfelijkheidsmateriaal blijkt doorslaggevend te zijn.