Nieuws 


Welkom op de webpagina van Etienne Kuypers




Home
Bibliografie
Biografie
Diversen
Verschenen
Contact

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 





















































 











































































































 "Het huidige onderwijs is een vorm van verwaarlozing." 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 "Kritische zelfreflectie is hard nodig." 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

  


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


















































































 "Je kunt de muziek bijna betasten. Bij elke luisterbeurt wordt de werkelijkheid boeiender..."

 

 


 

 "Rava's pakkende eenvoud is aanstekelijk, hoewel hij moet oppassen niet te verzanden in te veel kabbelende geluiden."

 

 

 

 

 

 

 

  "Pure verbeeldingskracht. Een meesterwerk, dus!"

 

 




 

"Melodieus, 'gentle', verzorgd en toch inventief. Agressie zal hem vreemd zijn. Laat hij dat maar zo houden."  





 

  "Kortom: een prachtig album, volgens mijn Quad elektrostaten voorzien van een schitterende geluidskwaliteit, zoals altijd opgenomen in Studio Crescendo te Genk, met de onnavolgbare Pino Guarraci achter de knoppen."

 

"Laat geen twijfel erover bestaan: het zijn fantastische musici, maar de elf stukken missen de spanning en de inventiviteit die het vorige album zo karakteriseerden."




 



 

 "Magische muziek, ik kan er geen genoeg van krijgen. Het lijkt het leven zelf wel."

 

 

  "Het improvisatorische van jazz en de strenge vormen van klassieke muziek worden tot een vorm gesmeed waarmee elke serieuze muziekliefhebber absoluut moet kennismaken."

 

 

 

 

 


 

 

"Cornell 1964 is dus een schitterende aanvulling binnen het oeuvre van klanktovenaar Mingus". 

 

 



 "Het album Nerve is een prachtig product van eigen bodem. Vier jonge honden die buitengewoon ambitieus en gedreven musiceren."

 

  "Het lijkt alsof het notenmateriaal spontaan ontstaat, het is alsof de muziek ter plekke wordt bedacht door de uitvoerenden. De lijnen worden voortgezet en het slot hecht zich geruisloos aan de stilte."

 

 

 


  "Het laatste applaus is uit mijn Quad-elektrostaten verstild: ik ben kapot, het is hem opnieuw gelukt om mij tot tranen toe te ontroeren. De geschiedenis heeft mij gelijk gegeven: Het Trio levert al vijfentwintig jaar geniale muziek af. Hoe zouden de critici van destijds hun misvatting tegenwoordig dragen?" 

 

 

 

 

 

 

 



"Twee producten van vaderlandse bodem. Totaal verschillend qua idioom, gelijksoortig in intensiteit en creativiteit."



 

"Trijntje is commercieel, ze heeft popplaatjes gemaakt en komt vaak op televisie. Dat past niet bij jazzmusici," hoor ik u hardop zeggen. Dat klopt allemaal, ware het niet dat elke professionele musicus commercieel is, anders zou hij in zijn garage blijven musiceren, nietwaar? Het moet definitief afgelopen zijn met dat snobistische jazzgedoe! Het is te hopen dat deze bijzondere productie van wereldklasse ook 'echte' jazzliefhebbers erop attendeert dat er meer is dan John Coltrane en Cecil Taylor."


"De instrumentale nummers zijn de moeite waard, zodra de stem op de proppen komt dreigt de uniciteit van dit project echter verloren te raken in kabbelend notenmateriaal."

PUBLIKATIES 2014


Psychologie van de technologie

(in: Speakers Academy Magazine, jrg. 11, nr. 19)


Toekomst moeten we telkens opnieuw uitvinden

(in: Press Magazine, nr. 23)


Het onoverzichtelijke tijdperk - Proeve van een filosofie van de straat

(in: Acta Comparanda, XXV; verkrijgbaar bij de FVG - Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, 2610 Antwerpen/Wilrijk. Een separate overdruk van het artikel is beschikbaar bij de auteur)






PUBLIKATIE


In het najaarsnummer (nr. 22) 2013 van Press Magazine verscheen een artikel van Etienne Kuypers met als titel: Is het echte leven virtueel geworden?




PUBLIKATIE


In nummer XXIV (2013) van het tijdschrift Acta Comparanda, is Deel II van een omvangrijk artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Beknopte fenomenologie van het creatief intellect - De utopische verbeeldingskracht in neurofilosofisch perspectief. 

Het tijdschrift kan worden besteld bij de FVG (Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, 2610 Antwerpen/Wilrijk). Een aparte overdruk van het artikel is  beschikbaar bij de auteur en kan via zijn emailadres worden besteld.


PUBLIKATIE


In het zomernummer (nr. 21) 2013 van Press Magazine verscheen een artikel van Etienne Kuypers met als titel: Vooruitgang is een illusie.

In nr. 20 (voorjaar 2013) van Press Magazine verscheen een artikel van Etienne Kuypers met als titel: De westerse cultuurcrisis.



PUBLIKATIE


In nummer XXIII (2012) van het tijdschrift Acta Comparanda, is Deel I van een omvangrijk artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Beknopte fenomenologie van het creatief intellect - De utopische verbeeldingskracht in neurofilosofisch perspectief. 


Het tijdschrift kan worden besteld bij de FVG (Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, 2610 Antwerpen/Wilrijk). Een aparte overdruk van het artikel is beschikbaar bij de auteur en kan via zijn emailadres worden besteld.





PUBLIKATIE


In nummer 19 (juni 2012) van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, is een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: De politiek slaapt.




PUBLIKATIE


In het eerste nummer 2012 van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, is een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Mijn auteurschap.





PUBLIKATIE


In het zomernummer 2011 van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, werd onder de terugkerende overkoepelende titel Oefeningen een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Hoe moet het met God?





PUBLIKATIE


Op 2 juli 2011 werd nummer XXII van het meer dan 250 pagina's tellende tijdschrift Acta Comparanda gepresenteerd.

In dit nummer is een omvangrijk artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Verbindende ethische perspectieven - Improviseren met de spanning tussen universaliteit en relativiteit en de rol van de vrije wil.

Het tijdschrift is te bestellen via de FVG (Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, 2610 Antwerpen/Wilrijk). Een aparte overdruk van het artikel is beschikbaar bij de auteur en kan via zijn emailadres worden besteld.





PUBLIKATIE


In het eerste nummer 2011 van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, werd onder de terugkerende overkoepelende titel Oefeningen een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Big children are watching you.






PUBLIKATIE


Op 28 juni 2010 werd nummer XXI van het meer dan 250 pagina's tellende tijdschrift Acta Comparanda gepresenteerd.

In dit nummer is een omvangrijk artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: De utopische verbeeldingskracht als kritische cultuurfactor - Over de westerse cultuurcrisis, de ontmanteling van het kind en herstel van het vormingsidee.

Het tijdschrift is te bestellen via de FVG (Faculteit voor Vergelijkende Godsdienstwetenschappen, Bist 164, 2610 Antwerpen/Wilrijk). Een aparte overdruk van het artikel is beschikbaar bij de auteur en kan via zijn emailadres worden besteld.





PUBLIKATIE


In het zomernummer 2010 van het tweemaandelijkse opinieblad Press Magazine, werd onder de terugkerende overkoepelende titel Oefeningen een artikel van Etienne Kuypers gepubliceerd: Naar een nieuw vormingsideaal







IN MEMORIAM


EDWARD SCHILLEBEECKX

1914-2009


Na een slopende ziekte overleed op 23 december 2009 in Nijmegen  op 95-jarige leeftijd de befaamde Vlaamse theoloog prof. mag. dr. Edward Schillebeeckx. Hij was in 1987 mijn promotor.

Naar aanleiding van Schillebeeckx’ overlijden liet de Nederlandse bisschoppenconferentie (onder wie bisschop Frans Wiertz van Roermond en zijn hulpbisschop Everard de Jong) weten dat met leedwezen kennis is genomen van het overlijden. Met erkentelijkheid herinneren de bisschoppen zich de grote rol die Schillebeeckx heeft gespeeld als adviseur van de Nederlandse Bisschoppenconferentie tijdens het Tweede Vaticaans Concilie van 1962 tot 1965.

Uit eerste bron is ondergetekende ervan op de hoogte dat de bisschoppen Schillebeeckx jarenlang als een luis in de pels hebben gezien en niet eens zijn werk behoorlijk hebben bestudeerd; als zijnde te moeilijk. Na het overlijden van de grootste theoloog van de twintigste eeuw menen de bisschoppen alsnog hun medeleven en erkentelijkheid voor zijn werk te moeten uitspreken. De hypocrisie ten top! Ik kan het alleen maar met Søren Kierkegaard eens zijn, die op 29 januari 1855 in de krant schreef:


 "Ik ga liever dobbelen, naar de hoeren, stelen, zuipen en moorden, dan dat ik er nog aan meewerk God voor de gek te houden met datgene wat bisschop Martensen christelijke ernst noemt. Dan houd ik liever God recht in zijn gezicht voor de gek en ga op een berg staan of in het vrije veld, waar ik met Hem alleen ben om rechtuit tegen Hem te zeggen: 'Je bent een nul, God, niets anders waard dan dat men je voor de gek houdt!'”


Schillebeeckx publiceerde als een bezetene. Hij heeft vooral naam gemaakt als kritisch theoloog, maar zijn filosofische inzichten zijn evenzeer van groot belang. Ik heb geprobeerd dit uiteen te zetten in mijn in 1991 gepubliceerde boek Volgens Edward Schillebeeckx (Garant, Leuven/Apeldoorn). 

De tweeledigheid van Schillebeeckx' oeuvre blijkt met name uit zijn scherpzinnig vermogen en zijn perfect gevoel om gebreken in de laatmoderne westerse samenleving aan de hand van wijsgerige reflectie te relateren aan geloofszaken. Dit heeft hem niet alleen herhaaldelijk in conflict gebracht met de officiële leer van de katholieke kerk, maar tevens heeft het geresulteerd in talloze vertalingen van zijn boeken en heeft hij meer dan negen eredoctoraten ontvangen. Tot een veroordeling door het Vaticaan is het overigens nooit gekomen. Was Schillebeeckx te intelligent toen hij zich voor de 'kerkpolitie' moest verantwoorden?

Schillebeeckx plaatst de historische verschijning Jezus van Nazaret als centrum van de christelijke geloofsbelijdenis, want in de context van het westerse secularisatieproces is de ontmoeting met Jezus een goddelijk en een menselijk ervaringsgebeuren. De universele betekenis van het christelijk geloof ligt dan ook niet besloten in een theoretische constructie waaruit de zin van de geschiedenis zou moeten blijken, het heeft te maken met een concrete praxis waarin wordt gehandeld in de lijn van Gods handelen door Jezus van Nazaret. De mens blijft dus verantwoordelijk, maar in Jezus' levenspraxis openbaart en affirmeert God zich - zodat deze mystieke en ethische bron de mens kan inspireren om te werken aan een betere samenleving.

In 1983 belde ik Schillebeeckx als pas afgestudeerd academicus en legde hem de vraag voor of hij mijn promotor zou willen worden bij het schrijven van een dissertatie over Søren Kierkegaard. Zonder dat we ooit een woord met elkaar hadden gewisseld, of elkaar ook maar één keer hadden gezien, stemde hij onmiddellijk toe nadat ik hem mijn plannen uit de doeken had gedaan. Het werden vier enerverende, boeiende en inspirerende jaren. Ik heb hem mogen leren kennen als een buitengewoon wetenschapper, maar evenzeer als een gul en bijzonder mens. Zoveel jaren later pluk ik nog elke dag de vruchten van het feit dat hij op vele terreinen een begenadigd leermeester voor me was. Ik ben hem zeer dankbaar voor alles wat hij voor mij heeft betekend.

Schillebeeckx is nog lang niet uitgesproken, want de maatschappelijke relevantie van zijn oeuvre kan nog geruime tijd dienen als kritische leidraad (binnen en buiten het christendom) voor iedereen die begaan is met het wel en wee van deze planeet. Ik heb hem mogen ervaren als een bescheiden mens, die zich voortdurend inzet voor problemen en zorgen van zijn medemensen. Zijn leven en werk brengt me telkens weer in contact met zijn uitgangspunt: God is niet alles, God is God. Wij, mensen, zijn veel te klein om zo'n groot beeld als God te kunnen dragen.

We spraken vaak samen bij ons thuis in Zutendaal of bij hem thuis in Nijmegen over de thematiek betreffende de zin en de zinloosheid. Schillebeeckx gaf me een keer een boek cadeau en schreef op de eerste pagina: "Over zin en onzin gesproken... Edward." Nu een einde is gekomen aan zijn aardse leven moet ik voortdurend aan die zin denken: "Over zin en onzin gesproken..." Professor: ik vertrouw erop dat het u goed gaat en dat we elkaar wellicht nog een keer tegenkomen... We kunnen nog een tijdje vooruit met uw inzichten, ik hoop dan ook dat we nog lang naar u mogen luisteren...



Etienne Kuypers, Kerstmis 2009




 



Gepubliceerde artikelen

 

In Dagblad De Limburger verscheen op 21 april 2007 het volgende artikel. 

Hieruit vloeide een levendige discussie voort in de krant en op diverse internetsites, waarbij leerkrachten zich concentreerden op het lage salaris en de hoge werkdruk, zonder dat hierbij pedagogische en onderwijskundige argumenten werden aangedragen. De auteur ontving verder talloze e-mails van radeloze ouders en gedreven verenigingen c.q. stichtingen die zich voor de noden van het kind inzetten.

 

PARANOIA IN HET ONDERWIJS

__________

Onlangs betoogde minister van Onderwijs Ronald Plasterk dat leerkrachten vakantiedagen kunnen gebruiken om de werkdruk te verlagen. Uiteraard viel heel onderwijsland over hem heen. Het grote aantal vakantiedagen is het enige voordeel dat het onderwijs werknemers heeft te bieden – aldus de kern van die gefrustreerde reacties.

In het moderne onderwijs zijn economische factoren belangrijker dan inzichten hoe kinderen tot volwassenen moeten worden gevormd. Ontwikkelingen omtrent marktwerking en managementcultuur staan echter op gespannen voet met de kwaliteit van het onderwijs. Opgelegde schaalvergroting en financiële autonomie van onderwijsinstituten hebben de nadruk van goede kwaliteit verschoven naar efficiënte kwantiteit. Daardoor wordt de didactische aanpak steeds uniformer, met als gevolg dat het gestandaardiseerde onderwijs nauwelijks aandacht schenkt aan kwaliteiten van individuele kinderen.  

Ondanks dit veranderingsfetisjisme van de overheid ligt de belangrijkste oorzaak van de ellende in het onderwijs zelf. Scholen zijn namelijk veelvuldig met organisatorische en technocratische kwesties bezig, beschermen krampachtig hun gesloten karakter, draaien op routine en verschuilen zich achter een tekort aan gemotiveerde leerkrachten en deskundige directies of een te laag salaris. Het zijn broedplaatsen van belangenstrijd. Je botst tegen een muur van onbereidwilligheid en ondeskundigheid zodra pedagogische en/of didactische aspecten aan de orde worden gesteld. Leerkrachten zijn zakelijke managers geworden (“ik zal eens in de computer kijken hoe het met uw dochter gaat”...), wier prestaties worden beoordeeld naar door de overheid opgestelde criteria. De targets van de manager concentreren zich op de effectiviteit van de voorgekauwde onderwijsmethode. De moderne leerkracht is zodoende gefocust op zijn loopbaan in plaats van op zijn beroep.

Bovendien dringt de markteconomie via professionalisering door in het onderwijs: de hulpverleningsindustrie (schoolbegeleidingsdiensten en allerlei andere zinloze instituten) helpt scholen om kinderen op maat te maken, precies zoals de economie dit wenst. Onderwijsinstituten worden daar naar ingericht. Anders gezegd: het onderwijs is bezig met sociale conditionering, door kinderen clichés aan te praten, hen in de massa te proppen en allerlei toetsen en testen (met nauwelijks voorspellende waarde) op hen los te laten om zo te meten waar ze afwijken van het gemiddelde. 

Het onderwijs is dientengevolge steeds meer vervreemd van de kinderlijke leefwereld. Kwaliteitsproblemen kunnen niet worden opgelost door meer remediërende programma’s (erfelijkheidsuitgangspunten zijn nu eenmaal bepalende factoren), extra leerkrachten, meer vakantiedagen of een hoger salaris. Personeelsleden die pedagogisch onbekwaam zijn dienen door hun superieuren als ‘pedagogisch onrijp’ te worden gekwalificeerd en uit hun functie te worden gezet. Daar ligt de oplossing. Het huidige onderwijs is onethisch, het is een vorm van verwaarlozing die tot grote maatschappelijke problemen heeft geleid.

Scholen willen baas in eigen huis zijn, maar verwelkomen stiekem heel die constructivistische overheidsaanpak. De werkdruk wordt zo immers ontlast. Je hoeft slechts de onderwijsmethode te volgen, de rest giet je door een trechter in de keel van leerlingen. Talloze onderzoeken wijzen echter uit dat de kwaliteit van de leerkracht van eminent belang is voor de ontwikkeling van kinderen. Een goede leerkracht is geboeid door kinderen, heeft verantwoordelijkheidsbesef, bezit behoorlijke intellectuele bagage, heeft voldoende culturele kennis, is gezegend met een empathisch vermogen, bezit communicatieve vaardigheden, weet kinderen te motiveren, beheerst interessante didactische vaardigheden en is in staat de leerstof binnen de kinderlijke leefwereld te integreren.  

Natuurlijk zijn ook dergelijke leerkrachten aan het werk, ik ken er die het heel normaal vinden om vakantiedagen aan school te spenderen. Scholen moeten daarom worden aangesproken op hun pedagogische verantwoordelijkheid en dienen het doorgeschoten gestandaardiseerde onderwijs te stoppen. Leerkrachten behoren het kunstmatige schoolmilieu aan de kinderlijke leefwereld aan te passen en normen en waarden van de schoolcultuur met pedagogische argumenten te legitimeren. Pas dan kan van opvoeding worden gesproken.

Het moet afgelopen zijn met de paranoia in het onderwijs dat gebrek aan financiële middelen de oorzaak van alle malaise zou zijn. Het salaris van leerkrachten is meer dan voldoende, zeker in relatie tot de belabberde kwaliteit van het geboden product. Meer geld naar scholen zal echt geen betere leerkrachten opleveren, daarentegen zou oprechte betrokkenheid bij het wel en wee van kinderen een hoop goed maken. En als dat vakantiedagen kost, dan is dit de plicht die nu eenmaal bij een dergelijk verantwoordelijk beroep behoort... Wat zouden ze in het bedrijfsleven doen met werknemers die slechts omwille van vele vakantiedagen of het goede salaris hun arbeidsplicht komen vervullen?

 

  •  

 





In Dagblad De Limburger verscheen op 16 juni 2007 het volgende artikel. 

De auteur ontving hieromtrent talloze e-mails van radeloze ouders en gedreven verenigingen c.q. stichtingen die zich voor de noden van het kind inzetten. Terwijl n.a.v. het in april gepubliceerde artikel (zie beneden) persoonlijke reacties vanuit het onderwijs achterwege bleven, op het internet voerden leerkrachten wel allerlei discussies over het lage salaris en de hoge werkdruk, stuurden deze keer ook een aantal leerkrachten en schooldirecteuren e-mails naar de auteur. Hierbij valt te constateren dat de berichten werden gezonden door gefrustreerde leerkrachten en schooldirecteuren die hun grieven en teleurstellingen niet publiekelijk durven te erkennen, doch via e-mail de auteur een hart onder de riem willen steken in zijn poging e.e.a. los te breken in de zelfgenoegzame onderwijscultuur.

Onder volstrekte anonimiteit hierbij een fragment uit een van de e-mails van een leerkracht. 

Nadat het lage niveau van de 'studentenpopulatie' van de PABO is gehekeld, lezen we: 

"De tweede-graads-docentenopleidingen leveren docenten af met onvoldoende vakkennis; de leraar Frans kan zich niet redden in Parijs in de Franse taal en spreekt daar Engels. De wiskunde-leraren zijn niet in staat een moeilijke opgave op te lossen. We doen leerlingen te kort als het onderwijs gegeven wordt door docenten, die te weinig vakkennis hebben. Voor academici is er weinig plezier te beleven in het onderwijs. Ik solliciteer dan ook voor een baan in het bedrijfsleven, ik wil weg uit het onderwijs."

Wat moet hieraan nog worden toegevoegd?



  DE VIJANDEN VAN HET KIND 

__________

 

Onlangs presenteerde de Onderwijsinspectie een rapport, waaruit bleek dat het aantal klachten bij vertrouwensinspecteurs enorm toeneemt en de kwaliteit van het onderwijs derhalve drastisch daalt. Ondergetekende onderzoekt reeds jaren de onderwijsproblematiek en bestudeerde hiertoe vele inspectierapporten van scholen uit de regio. Ieder instituut heeft kwaliteiten en zwaktes, één constante keert telkens terug: scholen missen professionele instrumenten tot zelfreflectie. Dit is de kern van mijn bezorgdheid... zonder zelfreflectie immers geen zelfontplooiing.

De onderwijsproblematiek heeft te maken met veranderingsfetisjisme van de overheid, maar is tevens te herleiden tot schrijnend gebrek aan goede leerkrachten; veel leerkrachten ontberen verantwoordelijkheidsbesef, intellectuele bagage, culturele kennis, communicatieve vaardigheden, inzicht in de kinderlijke leefwereld en interessante didactische vaardigheden. Natuurlijk zijn er ook uitstekende leerkrachten, velen zijn echter gefocust op de loopbaan (salaris en vakantiedagen) in plaats van op het beroep.

Aangezien leerkrachten doorgaans worden gesteund door schoolbesturen en vakbonden, ligt er een taak voor pedagogen/onderwijskundigen om de machtelozen bij te staan: kinderen en hun ouders. Ouders kunnen weliswaar een klacht bij het schoolbestuur indienen, of de inspectie en de landelijke klachtencommissie inschakelen, maar dit zijn papieren tijgers: de inspectie signaleert slechts problemen (doet verder niets), de klachtencommissie kan een klacht gegrond verklaren, maar heeft geen handelingsbevoegdheden.

Opvallend dat de strijd voor betere leerkrachten louter emails oplevert van radeloze ouders en gedreven verenigingen. Tegelijkertijd discussiëren leerkrachten op diverse internetsites over salaris en werkdruk; pedagogische/onderwijskundige argumenten ontbreken. In discussies over de kwaliteit van het onderwijs volharden politici, schooldirecteuren, leerkrachten en vakbondsmensen in spastische verdedigingsreacties, terwijl betrokkenen hetzelfde belang als kinderen behoren te hebben: goed onderwijs. Zo stelde een schooldirecteur dat het in andere sectoren ook slecht gaat (alsof een moord mag worden gebillijkt, omdat gisteren ook al twee moorden zijn gepleegd), vond een ex-schooldirecteur de kritiek zuur en constateerde een vakbondsman gebrek aan aandacht voor maatschappelijke problemen (terwijl net expliciet was aangegeven dat dit gebrek het grote manco is binnen deze discussies). Met deze voorbeelden van een afgesloten blikveld zegeviert de hypocrisie: kritische standpunten worden in de wandelgangen onderschreven (“veel leerkrachten hebben te weinig niveau,” aldus de ‘zure’ ex-directeur), zodra de discussie openbaar wordt knokt iedereen voor zichzelf en verdwijnen noden van kinderen uit beeld. Voor iedereen die zich dienstbaar wil maken aan kinderen blijft het een ongelijke strijd.

Hiertoe een bizarre casus. Mieke (10) werd getreiterd door een jongen met gedragsproblemen. Leerkracht noch directie konden het oplossen, de schoolbegeleidingsdienst had nauwelijks effect, uiteindelijk eisten ouders van andere leerlingen dat het meisje zou worden verwijderd. Dit gebeurde gelukkig niet. Mieke ging naar een andere groep en floreerde daar, de jongen met gedragsproblemen maakte geen evidente ontwikkeling door. Het jaar erna kwam Mieke bij een andere leerkracht. Vooraf waren haar ouders door de directie ingelicht over de betrokkene: onrechtvaardig en ongemotiveerd, legt weinig leerstof uit, laat kinderen slechts oefeningen maken, een van de directieleden was door hem bedreigd (huilend vertelde deze persoon machteloos te zijn binnen de schoolstructuur), extravagante macht binnen het schoolteam, sommige ouders halen hun kinderen van school als ze bij betrokkene in de groep komen, etc. Het inspectierapport verwees overigens impliciet naar betrokkene. Na enkele weken bleek alles te kloppen. Miekes ouders wilden praten. Dat gebeurde uiteindelijk in aanwezigheid van een directielid. Het was onthutsend: de leerkracht etaleerde pedagogische noch onderwijskundige inzichten, kon sommige gemaakte toetsen niet overleggen, bleek toetsstof te geven die niet of pas enkele dagen ervoor in de klas was behandeld, had slechte taalvaardigheid, bedreigde Miekes vader en vroeg zich af waarom men zich met zijn functioneren bemoeide. Na dit gesprek evolueerde de bekommernis van de directie naar controverse. Intussen terroriseerde de leerkracht Mieke, namen kinderen dit asociale gedrag vanzelfsprekend over en werd ze opnieuw slachtoffer van pesterijen. Tenslotte werd voor de deur van haar woning een pamflet gevonden: kinderen eisten dat Mieke van school zou worden verwijderd. Reclameren bij directie? Elk gesprek werd geweigerd... de inspectie signaleert slechts... de klachtencommissie heeft geen handelingsbevoegdheden...

Sommige scholen hebben een marionettendirectie, daar zwaaien invloedrijke ouders en dominante leerkrachten de scepter. Natuurlijk heerst dit niet overal, ik stel vast dat dergelijk amateurisme en organisatorische wanorde schandelijk zijn en de inspectie (ondanks die recente rapporten) geen verantwoordelijkheid neemt. Kritische zelfreflectie zou een begin zijn, want zoals Søren Kierkegaard zei, “blijven mensen zonder passie steken bij kleinzielige berekeningen.” Als pedagogisch advocaat blijf ik hen vervolgen. Ze zijn immers vijanden van het kind...

 




Publikatie

(uitsluitend op deze website)

Augustus 2007




 

OPVOEDEN IN EEN VERSCHEURDE TIJD
__________

 

De westerse cultuurcrisis
Het westen verkeert in een cultuurcrisis. De allesoverheersende economische globaliseringstendens, de complexiteit van de multiculturele samenleving, het verdwijnen van zingevende kaders (godsdienst of politieke ideologieën), de vernietigende individualisering en de catastrofale technocratisering en bureaucratisering van het alledaagse leven hebben ertoe geleid dat individuen nauwelijks nog in gemeenschap met elkaar leven.

De gevolgen van deze verscheurdheid dringen door tot de opvoeding en het onderwijs. Ook hier is een crisis ontstaan. Pedagogische en didactische processen worden namelijk bijna exclusief als rationele ontwikkelingen opgevat: leren is louter een cognitieve activiteit. Men stelt dan ook vast dat het in opvoeding en onderwijs alleen om kennisoverdracht gaat.
Aan deze smalle opvatting van rationaliteit ligt een beperkte visie op de menselijke natuur ten grondslag. Leren omvat naast cognitieve aspecten immers tevens ontwikkeling van emotionele vaardigheden, sensibilisering in esthetische aangelegenheden en toepassing van waarden en normen. Kortom: opvoeding en onderwijs behoren kinderen tot moreel aanvaardbare mensen te vormen, individuen die kunnen genieten, zich kunnen redden in het leven (gemoedsrust) en in staat zijn om verantwoordelijkheid te nemen en dragen.
Gezien de complexe samenleving is het momenteel uiterst moeilijk om kinderen gezamenlijk tot volwassenen te begeleiden. Is opvoeden tegenwoordig nog wel mogelijk? Er moet immers iets schrikbarends aan de hand zijn, want scholen en allerlei hulpverleningsinstanties worden overrompeld door vragen van radeloze ouders en verzoeken van ontspoorde kinderen. De overheid heeft ervoor gezorgd dat onderwijzers en hulpverleners ouders en kinderen naar een betere opvoedingssituatie begeleiden waar pedagogische problemen ontstaan. Talloze oplossingen zijn in de aanbieding. Toch ligt het niet zo simpel.


Een therapeutische samenleving
Allerlei maatschappelijke segmenten blijken momenteel de kinderlijke leefwereld binnen te dringen. Niet alleen de markteconomie, maar ook het onderwijs en de hulpverlening maken zich meester van ‘jeugdland’. Men veronderstelt dat ouders pedagogisch incompetent zijn, daarom zullen ‘professionele’ interventies nu eenmaal betere opvoeders opleveren. Deze technocratische opvatting heeft tot gevolg dat volwassenen worden geïnfantiliseerd, terwijl opvoeding en onderwijs tot sociale mechanisering zijn gereduceerd. Anders gezegd: men poogt gelijkvormige individuen te creëren, waardoor het verschil tussen volwassenen en kinderen steeds vager wordt en de vanzelfsprekende natuurlijkheid van de volwassen opvoeder verdwijnt. Ouders verlaten zich daarom steeds meer op ‘deskundigen’: leerkrachten, hulpverleningsinstanties, tijdschriften, televisieprogramma’s, etc. De ‘zorgindustrie’ springt hier gretig op in en presenteert op agressieve wijze talloze pedagogische adviezen en cursussen. Deze ‘producten’ worden aangeboden als therapeutische behoeften, met als gevolg dat allerlei normale gedragspatronen (schaamte, verlegenheid, exploratiedrang, assertiviteit) tot sociale pathologie worden bestempeld en een medicalisering van het natuurlijke ontwikkelingsproces ontstaat. Recent onderzoek beweert dat twintig procent van de jonge kinderen een psychiatrische aandoening zou hebben: depressies, angsten, ADHD (concentratiestoornis) of gedragsstoornissen.

Aangezien men veronderstelt dat de mens maakbaar is, moet het kind zoveel mogelijk worden gecontroleerd, bijgestuurd en gecorrigeerd... totdat het normaal is. Kinderen die niet binnen het gemiddelde verwachtingspatroon passen zouden ziek zijn en moeten dus worden behandeld via allerlei trajecten; therapie, medicatie, aangepaste leermethode, etc. Elk niet-doorsnee gedrag wordt onmiddellijk gescreend en moet worden aangepakt. De zorgcoördinator (wat heeft die overigens voor specifieke opleiding c.q. deskundigheid?) signaleert ‘iets’ op school, de ouders voelen zich onzeker met hun dynamische kind, het kind bezwijkt onder de hoge eisen (goed scoren op toetsen, sociaal gedrag vertonen, de beste zijn in sport) en... er wordt een ‘ziekte’ geschapen. Aldus ontstaat een markt van ouders die zich afvragen of ze ‘het wel goed doen’ en derhalve voortdurend leerkrachten en hulpverleningsinstanties raadplegen.

Al die adviezen en cursussen leiden uiteindelijk tot onzekere opvoeders. Leerkrachten en hulpverleners opereren namelijk op duister terrein, want men botst tegen allerlei moeilijkheden bij het interpreteren van specifieke gedragspatronen bij kinderen. De problemen bij gedragsobservaties tracht men te maskeren, door interpretaties in statistieken te gieten en zo definitief vast te stellen wat ‘normaal’ en ‘niet normaal’ zou zijn. Aldus ontstaan een beeld van het kind waaruit geen aandacht voor zijn concrete innerlijkheid blijkt. Als kinderen worden benaderd alsof ze ziek zijn, raken ze ‘verslaafd’ aan aandacht en zijn ze nauwelijks nog in staat zich te bezinnen over hun eigen ervaringen. Dit alles leidt tot afhankelijkheid van ‘professionals’, die eigenlijk geen adviezen geven, maar het leven van kinderen en opvoeders binnendringen en hen permanent doen twijfelen. Derhalve rest de vraag: wie of wat verleent ‘professionals’ oordeelsbevoegdheid? Mag dit op grond van hun status – waaraan een of andere graad of diploma is verbonden? 

 

De mythe van de maakbare mens
‘Professionals’ blijken kinderen als gespleten persoonlijkheden te beschouwen. Enerzijds wordt vastgesteld dat kinderen permanent aandacht nodig hebben, ‘grootgebracht moeten worden door ze klein te houden’, anderzijds worden ze voortdurend door de markteconomie, het onderwijs en de hulpverlening als ‘volwassenen in zakformaat’ beschouwd. Met andere woorden: kinderen hebben recht op ‘jeugdland’, met specifieke gevoelens en dromen, tegelijkertijd worden ze gezien als gelijkwaardige gesprekspartners. Deze paradoxale situatie heeft zich de laatste decennia gevormd, onder invloed van politici en beleidsmakers (in het onderwijs en in de hulpverlening) die nauwelijks inzicht hebben in pedagogische processen.

Omdat we blijven geloven in de mythe van ‘de maakbare mens’ is het kind heilig verklaard. Recente onderzoeken tonen echter aan dat neurobiologische elementen een grotere rol spelen dan opvoedingsfactoren. Pedagogische invloed is beperkt tot de thuissituatie, buiten deze omgeving zijn leeftijdgenoten fundamenteel voor de ontwikkeling. Het heeft dus weinig zin opvoeders voortdurend te confronteren met hun impact op het kind. Onze kennis over de invloed van pedagogisch handelen is bescheiden, we kunnen slechts opvoedkundige concepten formuleren op grond van een meer naturalistische basis – zonder menselijk gedrag tot genetica te reduceren, dit zou immers betekenen dat geen sprake is van de menselijke wil en individuele verantwoordelijkheid dus wordt geblokkeerd. Het moderne therapeutische ethos heeft onzekere opvoeders voortgebracht: de intieme opvoedingssfeer wordt opengebroken door de school of het therapeutische management. ‘Hyperopvoeding’ is het gevolg, want ondanks ‘jeugdland’ mogen kinderen geen kinderen meer zijn.


De crisis in op voeding en onderwijs
Aangezien ouders en ‘professionals’ in dezelfde samenleving verkeren, moeten ouders gaan beseffen dat scholen en hulpverleningsinstanties een massieve industrie zijn geworden en dat een toename van ‘professionals’ nu eenmaal een toename van leken impliceert. Natuurlijk zijn we soms genoodzaakt professionals te raadplegen, het wordt echter problematisch zodra de relatie hulpvrager/hulpverlener een gelijkwaardige basis kent en een autoriteitsconflict ontstaat: wie weet wat het beste is voor dit kind? Het moge duidelijk zijn dat de ouderlijke legitimiteit verdwijnt, zodra de autoriteit van ouders naar ‘professionals’ verschuift. Opvoeding wordt dan louter een klinische techniek, terwijl het primair om de relatie gaat tussen opvoeder en opvoedeling. De dagelijkse leefwereld toont aan dat pedagogisch handelen alleen door ervaring kan worden geleerd. Opvoeding heeft nu eenmaal te maken met intieme relaties tussen specifieke individuen, een (professionele) opvoeder blijft dan ook (in Wim Sonnevelds woorden) “een stakker die in het duister tast.” Wat minder luisteren naar ‘professionals’ (zeker niet naar onderwijzers en leraren) en wat meer vertrouwen op de eigen pedagogische kunsten zou veel ellende kunnen voorkomen.

 



Onlangs gepubliceerde recensies



 

 In het tijdschrift Jazz News (jaargang 12, nr. 8, april 2007) verschenen cd-recensies van: Anat Fort (A Long Story, op ECM) en Enrico Rava (The Words and the Days, op ECM).  


In het tijdschrift Jazz News (jaargang 12, nr. 9, mei 2007) verschenen cd-recensies van: Gianluigi Trovesi (Vaghissimo Ritratto, op ECM) en Seamus Blake (Way out Willy, op Criss Cross).  

 

 In het tijdschrift Jazz News (jaargang 12, nr. 10, juni 2007) verschenen cd-recensies van: Michel Bisceglia (Inner You, op Prova) en Pat Metheny/Brad Mehldau (Quartet, op Nonesuch).

  

 

  •      

 In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 1, september 2007) verschenen cd-recensies van: Stefano Battaglia (Re: Passolini, op ECM) en Erkki-Sven Tüür (Oxymoron, op ECM). 

  •  

 In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 2, oktober 2007) verschenen cd-recensies van: Charles Mingus (Cornell 1964, op Blue Note) en Cyrille Oswald (Nerve, op Goy Records). In hetzelfde nummer verscheen een artikel getiteld: Mozart en Jazz (naar aanleiding van deel 4 van Mozarts vioolsonates door Rachel Podger/Gary Cooper (op Channel Classics).

 

 

  •   

 
In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 3, november 2007) verscheen een artikel over Keith Jarrett (naar aanleiding van de heruitgave van de door ECM in 2008 uit te brengen tripelbox Setting Standards en het eveneens op ECM verschenen nieuwe dubbelabum My Foolish Heart - Live at Montreux).

 

  •  

In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 4, december 2007) verschenen cd-recensies van: Michael Varekamp Cosmic Scene (Up in the Basement op Cosmic Media) en Peter Beets (New Groove op Criss Cross).

  •  

 In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 6, februari 2008) verscheen een cd-recensie van: Trijntje Oosterhuis (Who'll Speak for Love - Burt Bacharach Songbook II op Blue Note).



 

 

In het tijdschrift Jazz News (jaargang 13, nr. 7, maart 2008) verscheen een cd-recensie van: Eliane Elias (Something For You - Eliane Elias Sings & Plays Bill Evans, op Blue Note).